Sommige hebben zelfs een diameter van 500 000 lichtjaar en zijn daarmee 100 keer zo groot als ons eigen melkwegstelsel. De reden waarom deze zo groot zijn, is omdat ze ontstaan zijn uit het samensmelten van kleinere sterrenstelsels. De meest heldere sterren in dergelijke sterrenstelsels zijn zogenaamde 'rode reuzen' die 100 maal meer licht afgeven dan onze eigen ster; de zon. De sterren in een elliptisch sterrenstelsel bewegen zich ongeordend doorheen het stelsel.
In tegenstelling tot spiraalstelsels komen bij elliptische sterrenstelsels dus geen spiraalarmen voor. Dergelijke stelsels komen vaak voor in de binnenste regionen van clusters (groepen sterrenstelsels). Onder de elliptische sterrenstelsels werden een 6 tal dwerg elliptische stelsels ontdekt die zich in de sterrenbeelden Leeuw, Kleine Beer, Draak en Fornax bevinden. Deze kleinere sterrenstelsels hebben een diameter tussen de 4 000 en 10 000 lichtjaar en bevinden zich relatief dichtbij ons op een afstand tussen de 0,3 en 1,8 miljoen lichtjaar. Wetenschappers vermoeden dat deze dwerg sterrenstelsels satellieten zijn van ons eigen melkwegstelsel door hun dichte afstand. Deze stelsels bezitten tot 10 maal meer sterren dan de grootste bolvormige sterrenhopen. Bij het bestuderen van deze elliptische sterrenstelsels is meer dan eens gebleken dat de grote stelsels radiostraling uitzenden. Rondom elliptische sterrenstelsels bevindt zich steeds een halo met verschillende bolhopen.
Edwin Hubble gaf in zijn classificatie de elliptische sterrenstelsels de letter E. Om een onderscheid te maken tussen bolvormige en lensvormige stelsels voegde hij een cijfer toe aan de letter E. Een lensvormig stelsel kreeg de classificatie E7 en een bolvormig stelsel E1.