Begin de jaren ’70 werd in het heelal een lange stroom van neutraal waterstofgas ontdekt dat zich vanaf de twee Magelhaense Wolken over een groot deel van het heelal uitstrekte. Astronomen zijn er nu, veertig jaar na de ontdekking, in geslaagd om met behulp van de succesvolle Hubble ruimtetelescoop het raadsel rond deze stroom op te lossen.
Astronomen hebben ESO’s Very Large Telescope en een aantal radiotelescopen elders ter wereld gebruikt om een bizar stellair duo op te sporen en te onderzoeken. Het om elkaar heen draaiende tweetal bestaat uit de zwaarste neutronenster die tot nu toe is opgespoord en een witte dwergster. Dankzij deze vreemde nieuwe dubbelster kan Einsteins zwaartekrachtstheorie – de algemene relativiteitstheorie – sterker op de proef worden gesteld dan tot nu toe mogelijk was.
Begin jaren '90 werd door Michael Mayor rond de ster 51 Pegasi de eerste extrasolaire planeet of kortweg exoplaneet ontdekt. Deze exoplaneet, 51 Pegasi b genoemd, behoort tot een categorie exoplaneten die bekend staat als de "hete Jupiters". De exoplaneet werd ontdekt doordat de ster onder invloed van de zwaartekracht van de planeet minieme schommelingen maakt omdat de planeet en de moederster om een gemeenschappelijk massamiddelpunt draaien, dat niet in het centrum van de moederster is gelegen.
Een Plutoïde is een transneptunische dwergplaneet. De Internationale Astronomische Unie (IAU) creëerde in 2008 deze categorie van astronomische objecten als gevolg van een resolutie over de definitie van het woord 'planeet'. Plutoïden kunnen aanzien worden als de scheiding tussen de groep dwergplaneten en transneptunische objecten.
De Russische wetenschapper en raketingenieur Konstantin Tsiolkovski bedacht in de 19de eeuw een manier om mensen in de ruimte te krijgen door middel van een toren te bouwen die tot in de ruimte zou reiken. Hij liet zich hiervoor inspireren door het ontwerp van de Eiffeltoren in Parijs en stelde zich een geostationair ruimtekasteel voor dat zich op een hoogte van 35 800 kilometer boven het aardoppervlak zou bevinden.
De term 'dwergplaneet' is een vrij nieuwe term binnen de astronomie en zijn hemelobjecten die de naam “planeet” niet waardig zijn maar wel kenmerken hebben van planeten. In augustus 2006 werd door de Internationale Astronomische Unie deze term geïntroduceerd en moet ondermeer astronomen helpen bij het benoemen van nieuwe ontdekte objecten.
Zwarte gaten vereisen het algemene relativistische concept van een vervormbare ruimte-tijd. Hun meest indrukwekkende verschijnselen steunen op een vervorming van de ruimte rondom hen.
Ongeveer 4,6 miljard jaar geleden bevond er zich in de kern van ons melkwegstelsel een gaswolk die voor 99% uit gassen bestond en ook uit een klein aantal microfijne stofdeeltjes. De gassen bestonden vooral uit waterstof en helium die afkomstig waren van de oerknal. De andere elementen, zoals koolsofmonoxide, koolstofdioxide, ammoniak en siliciumverbindingen, kennen hun oorsprong uit sterren die op het einde van hun leven uit elkaar spatten en hun restanten het universum inblazen.
Het zonnestelsel is een zogeheten ‘planetenstelsel’ dat bestaat uit een ster (de Zon) met daarrond tal van hemellichamen die door de zwaartekracht aan deze ster zijn verbonden. Tot het zonnestelsel behoort ook de planeet waarop wij leven (de Aarde). In dit artikel leren we ondermeer hoe het zonnestelsel is ontstaan en welke objecten er toe behoren.
Een zwart gat is een gebied van ruimte-tijd waaruit niets kan ontsnappen, zelfs licht kan er niet uit ontsnappen. Aangezien een lichaam in een kleiner en kleiner volume wordt verpletterd, worden de gravitatiekrachten, en de vluchtsnelheid groter. Uiteindelijk wordt een punt bereikt waarbij zelfs licht, dat bij 300 000 kilometer per seconde (186 duizend mijlen per seconde) reist, niet snel genoeg meer is om te ontsnappen. Op dit punt kan niets meer ontsnappen aangezien niets sneller dan licht kan reizen. Dit is uiteindelijk een zwart gat.

Lancering vanop de Cape Canaveral lanceerbasis in Florida van de Amerikaanse ruimtesonde New Horizons. Dit is de eerste missie van een ruimtesonde naar de dwergplaneet Pluto. Eind februari 2007 bereikte New Horizons de planeet Jupiter waarbij de ruimtesonde gebruik kon maken van een zwaartekrachtslinger. Op 8 juni 2008 vloog New Horizons de omloopbaan van de planeet Saturnus voorbij en op 18 maart 2011 de baan van de planeet Uranus. In juli 2015 moet het ruimtetuig uiteindelijk aankomen bij Pluto en zijn manen. Aan boord van de sonde bevindt zich een deel van de as van de ontdekker van Pluto, Clyde Tombaugh. Foto: NASA
Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.