Indien er geen zwarte gaten of sterren in de buurt van het zonnestelsel komen, wordt verwacht dat het zonnestelsel zoals we dit nu kennen nog meer dan een miljard jaar lang zal bestaan tot het moment dat de Zon haar eerste slachtoffer opeist: de Aarde. De zon zal dan 10% feller schijnen dan ze nu doet, de straling zal verhogen en op Aarde zal het broeiheet en onleefbaar worden. Enkel in de diepste gebieden van de oceaan kan dan nog wel wat leven zijn.
Zogeheten 'Scattered Disk Objects' (SDO's) zijn een groep planetoïden die zich in de buitenste regionen van ons zonnestelsel bevinden. De omlooptijd van SDO's bedraagt meer dan 330 jaar en gemiddel bevinden deze ijs- en steenklompen zich op een afstand van 48 Astronomische Eenheden (AE) van de Zon.
Het meest herkenbare kenmerk van de planeet Jupiter is wellicht de grote rode vlek in de atmosfeer van deze planeet die zich 22° ten zuiden van de evenaar bevindt en voor het eerst werd waargenomen rond het jaar 1665. Deze grote rode ovale vlek in de atmosfeer van Jupiter heeft een grootte van 12 000 op 25 000 kilometer en is ongetwijfeld één van de meest krachtige stormen uit ons zonnestelsel.
Iedereen kent wellicht wel de planeten uit ons zonnestelsel of kan vertellen wat ons zonnestelsel is maar tot waar bevind ons zonnestelsel zich en wat bevind er zich net voorbij ons zonnestelsel? De “heliosfeer” is het gebied rondom en in het zonnestelsel waarin de zonnewind en het interplanetair magnetisch veld regeren maar wanneer de afstand tot de zon te ver wordt en we ons ver van de buitenste planeten zouden begeven zouden we merken dat deze zonnewind snel in kracht en snelheid zal afnemen en hier ons zonnestelsel en zijn invloed eindigt.
Eris is de naam van de grootste dwergplaneet uit ons zonnestelsel en wordt onder sterrenkundigen ook 136199 Eris genoemd. Dit object bevindt zich net voorbij de Kuipergordel in de buitenste regionene van ons zonnewtelsel en wordt vergezeld door minstens één maan die de naam Dysnomia kreeg. Eris is niet enkel een dwergplaneet maar is ook bekend als een 'transneptunisch' (TNO) hemelobject.
Het aantal planeten in ons zonnestelsel is in de loop van de geschiedenis meermaals veranderd. Van 6 planeten tot maximum 23 planeten en uiteindelijk in 2006 terug 8 planeten. In dit artikel nemen we een vlucht doorheen de geschiedenis en kan je door middel van een tijdlijn zien welke planeten ons zonnestelsel volgens sterrenkundigen allemaal gekend heeft.
De Internationale Astronomische Unie (IAU) stelde in 2006 een vernieuwde definitie samen van wat een planeet nu precies is. Door deze vernieuwde definitie verloor Pluto zijn status als planeet en is dit nu officieel een 'dwergplaneet'. De naam 'planeet' is afkomstig van het Griekse πλανήτης (planētēs) dat zoveel betekent als 'ronddolen' of 'rondzwerven'. Doordat de planeten, gezien vanaf de Aarde, langs de hemelbol bewegen, lijkt het alsof ze 'rondzwerven' tussen de vele sterren.
De term 'dwergplaneet' is een vrij nieuwe term binnen de astronomie en zijn hemelobjecten die de naam “planeet” niet waardig zijn maar wel kenmerken hebben van planeten. In augustus 2006 werd door de Internationale Astronomische Unie deze term geïntroduceerd en moet ondermeer astronomen helpen bij het benoemen van nieuwe ontdekte objecten.
De planetoïdengordel, ook wel de 'asteroïdengordel' genoemd, is een gebied in ons zonnestelsel dat zich tussen de planeten Mars en Jupiter bevindt op een afstand van 2,06 en 3,27 Astronomische Eenheden (AE) van de Aarde. In deze regio bevinden zich de meeste planetoïden die in een baan rond de Zon draaien. De planetoïdengordel kreeg in het verleden ook vaak de benaming 'hoofdgordel' aangezien dit de grootste gordel met planetoïden is in ons zonnestelsel. Terwijl de hoofdgordel van de planetoïdengordel ongeveer 93,4% van alle genummerde planetoïden bevat, bevinden de overige planetoïden zich zich in andere gebieden die men in de sterrenkunde ook wel 'groepen' noemt.
Op een afstand van 50 000 en 100 000 Astronomische Eenheden (AE) van de Zon bevindt zich een mogelijke sfeer van grote, komeetachtige objecten bestaande uit ijs- en rotsbrokken. Deze sfeer, die bekend staat als de Oortwolk, werd gesuggereerd door de Nederlandse astronoom Jan Hendrik Oort en is vandaag de dag nog steeds de enige waarschijnlijke theorie die het ontstaan van langperiodieke kometen kan verklaren. De Oortwolk heeft de vorm van een bol met een straal van 1 à 2 lichtjaar en verklaart onder andere waarom kometen overal aan de hemel kunnen verschijnen. Tot op heden zijn er, naast kometen, geen objecten met zekerheid gekend uit de Oortwolk.

Lancering vanop de Cape Canaveral lanceerbasis in Florida van de Amerikaanse ruimtesonde New Horizons. Dit is de eerste missie van een ruimtesonde naar de dwergplaneet Pluto. Eind februari 2007 bereikte New Horizons de planeet Jupiter waarbij de ruimtesonde gebruik kon maken van een zwaartekrachtslinger. Op 8 juni 2008 vloog New Horizons de omloopbaan van de planeet Saturnus voorbij en op 18 maart 2011 de baan van de planeet Uranus. In juli 2015 moet het ruimtetuig uiteindelijk aankomen bij Pluto en zijn manen. Aan boord van de sonde bevindt zich een deel van de as van de ontdekker van Pluto, Clyde Tombaugh. Foto: NASA
Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.