De tiende missie van een Amerikaanse Space Shuttle kreeg de naam STS-41-B en was de vierde ruimtevlucht van het ruimteveer Challenger. Tijdens deze missie zou de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA proberen om nog één laatste record te vestigen uit de geschiedenis van de bemande ruimtevaart namelijk het uitvoeren van een ruimtewandeling waarbij de astronaut zich op eigen kracht voortbeweegt en niet afhankelijk is van zijn ruimtetuig. Hiervoor werd speciaal de Manned Maneuvering Unit (MMU) ontwikkeld waarmee astronaut Bruce McCandless uiteindelijk het record vestigde. Ondanks dit grote succes kende deze missie ook enkele tegenslagen doordat twee satellieten in een te lage baan om de Aarde terechtkwamen en de robotarm van het ruimteveer niet goed functioneerde.
De STS-2 ruimtemissie was de tweede bemande Amerikaanse Space Shuttle-missie uit het Space Transportation System (STS) programma van de ruimtevaartorganisatie NASA. Deze ruimtevlucht ging van start op 12 november 1981 en werd uitgevoerd met het ruimteveer Columbia dat bemand werd door twee Amerikaanse astronauten. Gedurende deze ruimtevlucht werd voor het eerst het Remote Manipulator System (RMS) gebruikt. Deze Canadese robotarm zou later gebruikt worden om satellieten met op te vangen of uit te zetten of om onderdelen aan een ruimtestation vast te hechten. Opvallend aan de STS-2 missie was dat dit de laatste keer was dat een ruimtevlucht werd uitgevoerd met astronauten die voor het eerst de ruimte ingingen.
De STS-1 missie was de allereerste Space Shuttle missie uit de geschiedenis van de Amerikaanse ruimtevaart. Deze vlucht werd bemand door twee bemanningsleden en werd uitgevoerd met het ruimteveer Columbia. Het doel van de missie was om veilig in een baan rond de Aarde te komen, alle apparatuur te testen en weer veilig te landen.
In november 1961 was de Sovjet-Unie er al in geslaagd om twee mensen in de ruimte te brengen met hun Vostok ruimteprogramma terwijl Amerika nog niet eens een chimpansee in de ruimte had kunnen krijgen. Hierdoor werd de druk op het bemande Amerikaanse Mercury ruimteprogramma steeds groter en besliste de NASA om tijdens de eerstvolgende testvlucht een aapje te gebruiken als bemanningslid alvorens een mensenleven op het spel te zetten. Uiteindelijk ging de Mercury-Atlas 5 missie op 29 november 1961 van start en maakte de chimpansee Enos probleemloos twee omwentelingen om de Aarde waarna hij een zachte landing maakte voor de kust van Puerto Rico. Na deze geslaagde testvlucht besliste de NASA uiteindelijk om één van zijn 7 eerste astronauten in te zetten voor de volgende Mercury ruimtemissie waarbij de eerste Amerikaan de ruimte zou ingaan.
Op 5 mei 1961 slaagde Amerika erin de eerste Amerikaanse ruimtevaarder in de ruimte te brengen tijdens de eerste bemande suborbitale Mercury ruimtevlucht. In tegenstelling tot de Sovjet-Unie, die eerder al kosmonauten in de ruimte had gebracht die verschillende omwentelingen om de Aarde maakte met hun Vostok ruimtecapsules, voerde Alan Shepard een suborbitale vlucht uit waarbij hij enkel de ruimte inging en meteen terugkeerde waardoor voor deze missie een minder krachtige raket nodig was. De Sovjet eerste minister Nikita Khrushev noemde deze eerste Amerikaanse bemande ruimtemissie echter niet meer dan een "vliegen sprongetje". Toch was Amerika het eerste land ter wereld waarbij de ruimtevaarder in zijn capsule terug een zachte landing maakte op Aarde.
Een zogenaamde suborbitale ruimtevlucht is een vlucht waarbij een speciaal ontworpen vliegtuig of ruimtetuig de ruimte bereikt maar kort hierna opnieuw terugkeert naar de Aarde. Elk object dat dus een hoogte behaalt van minimum 100 kilometer boven zeeniveau en daarna terugkeert naar de Aarde heeft dus een suborbitale ruimtevlucht gemaakt.
De Mercury-Redstone 2 ruimtevlucht was de tweede missie waarbij een Mercury ruimtecapsule zou gelanceerd worden door middel van een Redstone raket en was eveneens ook de derde lancering uit het Amerikaanse Mercury ruimteprogramma. Dit maal zou de Mercury ruimtecapsule niet onbemand zijn maar zou de chimpansee Ham zich bevinden in de capsule die voor deze belangrijke missie speciaal opgeleid werd maar tijdens de ruimtevlucht deden zich tal van technische problemen voor waardoor nog maar eens bewezen werd dat het Mercury programma nog steeds niet klaar was om een eerste mens te lanceren.
De Mercury-Redstone 1 (MR-1) missie was de eerste vlucht uit het Amerikaanse Mercury programma waarbij een Mercury ruimtecapsule zou gelanceerd worden door een Redstone raket. Normaal zou deze onbemande ruimtecapsule een suborbitale vlucht moeten gemaakt hebben maar één seconde na “lift-off” op 21 november 1960 werd de raketmotor van de Redstone raket stil gezet waarna het Launch Escape System van de Mercury ruimtecapsule geactiveerd werd. Hierna volgde een hele reeks van bizarre situaties waardoor deze eerste testvlucht helemaal fout liep.
De tweede Mercury-Atlas missie (MA-2) uit het Amerikaanse Mercury ruimteprogramma was net als de eerste missie onbemand en had vooral als taak te testen hoe de Atlas raket en Mercury ruimtecapsule zich gedroegen tijdens een suborbitale vlucht. De Atlas raket had na de rampzalige eerste Mercury-Atlas missie tal van vernieuwingen ondergaan en werd op 21 februari 1961 probleemloos gelanceerd vanop lanceercomplex 14 te Cape Canaveral waarna het de onbemande Mercury ruimtecapsule tot op een hoogte bracht van 183 kilometer.
Gemini 2 was de tweede missie uit het Amerikaanse Gemini ruimteprogramma maar was net als de Gemini 1 missie een onbemande testvlucht waarbij men ditmaal het hitteschild van de Gemini ruimtecapsule en de Titan II draagraket uitvoerig wou testen. Op 19 januari 1965 werd de tweede Gemini ruimtecapsule met succes gelanceerd. Ondanks het feit dat de vlucht slechts 18 minuten en 16 seconden duurde, slaagden de raket en de ruimtecapsule in hun missie en kon het Amerikaanse ruimtevaartagentschap NASA zich nu voorbereiden op de eerste bemande Gemini ruimtevlucht.

Lancering vanop de Cape Canaveral lanceerbasis in Florida van de Amerikaanse ruimtesonde New Horizons. Dit is de eerste missie van een ruimtesonde naar de dwergplaneet Pluto. Eind februari 2007 bereikte New Horizons de planeet Jupiter waarbij de ruimtesonde gebruik kon maken van een zwaartekrachtslinger. Op 8 juni 2008 vloog New Horizons de omloopbaan van de planeet Saturnus voorbij en op 18 maart 2011 de baan van de planeet Uranus. In juli 2015 moet het ruimtetuig uiteindelijk aankomen bij Pluto en zijn manen. Aan boord van de sonde bevindt zich een deel van de as van de ontdekker van Pluto, Clyde Tombaugh. Foto: NASA
Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.