De prachtige, imposante sterrenstelsels, hoe ontstaan en evolueren ze? Wetenschappers wilden dit bestuderen aan de hand van de evolutie van sterren en dat in ultraviolette straling met behulp van een speciale ruimtetelescoop die de 'naam 'Galaxy Evolution Explorer' kreeg (GALEX). Met de Galaxy Evolution Explorer ruimtetelescoop wilden sterrenkundigen vooral achterhalen wanneer de sterren en elementen die nu in het Melkwegstelsel worden waargenomen gevormd zijn.
Het nieuwe MUSE-instrument van ESO’s Very Large Telescope (VLT) heeft onderzoekers een beter beeld gegeven van een spectaculaire kosmische botsing. De waarnemingen tonen voor het eerst de beweging van gas dat uit het sterrenstelsel ESO 137-001 wordt gerukt, terwijl dit stelsel zich met hoge snelheid in een omvangrijke cluster boort. De resultaten zijn de sleutel tot de oplossing van een al lang bestaand mysterie: waarom de stervorming in clusters tot stilstand komt.
Astronomen hebben de APEX-telescoop ingezet om een enorme cluster van sterrenstelsels in het vroege heelal te onderzoeken. Daarbij is ontdekt dat veel van de stervorming die daarin plaatsvindt niet alleen schuilgaat achter stof, maar bovendien op onverwachte plaatsen optreedt. Het is voor het eerst dat de stervorming in een object als dit volledig is geïnventariseerd. Clusters zijn de grootste objecten in het heelal die door de zwaartekracht bijeengehouden worden, maar hun vorming wordt niet goed begrepen.
Lupus 4, een spinvormige klodder van gas en stof, steekt op deze intrigerende nieuwe opname donker af tegen de achtergrondsterren, zoals een donkere wolk tijdens een maanloze nacht. Maar er gloort hoop in de duisternis: uit dichte concentraties van materiaal in wolken als Lupus 4 worden helder stralende nieuwe sterren geboren. De nieuwe foto is gemaakt met de Wide Field Imager van de 2,2-meter MPG/ESO-telescoop van de ESO-sterrenwacht op La Silla (Chili).
Deze opname met de Wide Field Imager van ESO’s La Silla Observatory in Chili, laat twee spectaculaire stervormingsgebieden zien in de zuidelijke Melkweg. De eerste, aan de linkerkant, wordt gedomineerd door de open sterrenhoop NGC 3603, 20 000 lichtjaar ver weg, in de Sagittarius-Carina-arm van de Melkweg. Het tweede object, aan de rechterzijde, is een verzameling gloeiende gaswolken die bekend staat als NGC 3576, en de helft dichterbij de aarde staat.
Waarnemingen met de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) hebben voor het eerst inzicht gegeven in de verdeling van het moleculaire gas en stof in de moederstelsels van gammaflitsen – de grootste explosies in het heelal. Verrassend genoeg is daarbij minder gas waargenomen dan verwacht en overeenkomstig meer stof. Dat maakt dat sommige gammaflitsen zich als ‘donkere gammaflitsen’ voordoen. De onderzoeksresultaten verschijnen op 12 juni 2014 in het tijdschrift Nature.
NGC 281, ook gekend als IC 11, is een emissienevel van magnitude 7.3 en is terug te vinden in het sterrenbeeld Cassiopeia. Deze nevel bevindt zich in de Perseum-arm van de Melkweg en staat op een afstand van ongeveer 9 500 lichtjaar van de Aarde. De nevel is een zogeheten H-II-gebied wat wil zeggen dat er stervorming plaatsvindt. Daarnaast bezit dit deep-sky object ook de open sterrenhoop IC 1590 en enkele bolwolken. NGC 281 is vooral gekend onder de naam 'Pac Man Nebula' vanwege zijn gelijkenis met de hoofdfiguur uit het gelijknamige computerspel. NGC 281 werd op 16 november 1881 ontdekt door de Amerikaanse astronoom Edward Emerson Barnard.
NGC 7635, ook gekend als Caldwell 11 of Sharpless 162, is een prachtige emissienevel in het sterrenbeeld Cassiopeia. Deze nevel, die ook de bijnaam 'Bubble Nebula' (Zeepbelnevel) kreeg, bevindt zich in de buurt van het Messierobject M52. NGC 7635 is ook een H-II-gebied waarin stervorming plaatsvindt. De 'bel' die we zien op foto's werd veroorzaakt de stellaire wind die afkomstig is van de massieve, hete centrale ster (BD+602522). De Zeepbelnevel meet ongeveer tien lichtjaar in doorsnede en maakt deel uit van een veel groter complex van sterren en gasschillen. NGC 7635 kan, bij goede omstandigheden, al worden waargenomen met een 25 cm telescoop. De nevel toont zich dan als een zwakke ring rondom de ster. Met een 40 cm telescoop zijn al meer details en structuren van deze nevel zichtbaar. Het object is 7 100 lichtjaar van de Aarde verwijderd en werd op 3 november 1787 ontdekt door de Duits-Britse astronoom William Herschel.
NGC 2841 is een helder spiraalvormig sterrenstelsel in het sterrenbeeld Ursa Major (Grote Beer). In kleine telescopen lijkt dit deep-sky object op een elliptisch sterrenstelsel maar in grotere telescopen is te zien dat de spiraalarmen vlak tegen de kern aan liggen. De grootte van dit stelsel aan de hemel bedraagt 8.1’ bij 3.5’ en dit sterrenstelsel heeft een helderheid van magnitude 10.1. De werkelijke diameter van NGC 2841 wordt geschat op 150 000 lichtjaar (tegenover 100 000 lichtjaar voor ons sterrenstelsel) en het object bevindt zich op een afstand van 46 miljoen lichtjaar van de Aarde. Dit sterrenstelsel bezit opvallend veel jonge blauwe sterren en ook enkele H-II gebieden waarin sterren worden gevormd. NGC 2841 werd op 9 maart 1788 ontdekt door de Duits-Britse astronoom William Herschel.
M64, ook wel bekend als het 'Zwarte Oogstelsel', is een spiraalvormig sterrenstelsel in het sterrenbeeld Coma Berenices (Hoofdhaar). Het object dankt zijn naam aan een donkere vlek (een stofbaan) iets ten oosten van het centrum. Dit gebied verduisterd de achterliggende sterren en is zelf een actief stervormingsgebied (vergelijkbaar met de Orionnevel in onze Melkweg). M64 ligt op ongeveer 19 miljoen lichtjaar van de Aarde, hoewel de schattingen hierover nogal uiteenlopen van 12 miljoen tot 25 miljoen lichtjaar. De ware diameter van Messier 64 bedraagt ongeveer 51 000 lichtjaar en M64 is een stelsel waarin nog steeds stervorming plaatsvindt.

Lancering vanop de Cape Canaveral lanceerbasis in Florida het Amerikaanse onbemande ruimtetuig Gemini 2. Dit was de tweede missie uit NASA's Gemini ruimteprogramma dat de opvolger was het Mercury programma dat Amerika's eerste bemande ruimteprogramma was. Na 18 minuten en 16 seconden was deze testvlucht afgelopen. Doel van de onbemande Gemini 2 testvlucht was het testen van het hitteschild van de nieuwe Gemini ruimtecapsule die plaats bood aan twee astronauten. Na de Gemini 2 testvlucht werd deze ruimtecapsule opnieuw opgelapt en in november 1966 een tweede keer gelanceerd in het kader van het militaire ruimteprogramma Manned Orbiting Laboratory (MOL). Foto: NASA
Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.