Astronomen hebben drie telescopen van de ESO-sterrenwachten in Chili gebruikt om de dwergplaneet Makemake te observeren terwijl deze voor een verre ster langs schoof. De waarnemingen gaven astronomen voor het eerst de kans om te controleren of Makemake een atmosfeer heeft. Deze ijskoude wereld volgt een baan in het buitengebied van het zonnestelsel en verwacht werd dat hij net zo’n atmosfeer heeft als Pluto (eso0908).
In maart 1840 maakte de Amerikaanse chemicus John William Draper (1811-1882) de allereerste astrofoto. Het object was de Maan en hij gebruikte een 13 cm reflector (spiegelkijker) met 20 minuten fotografische belichtingstijd, een technische uitvinding van de Franse wetenschappers Joseph Nicéphore Niépce (1765-1833) en Louis Daguerre (1787-1851) aan het eind van de jaren 1820.
Aan de hand van een multi-gigapixel-opname van de VISTA infrarood-surveytelescoop van de ESO-sterrenwacht op Paranal heeft een internationaal team van astronomen een catalogus samengesteld van 84 miljoen sterren in het centrale deel van de Melkweg. Dit reusachtige gegevensbestand bevat meer dan tien keer zoveel sterren als eerdere onderzoeken en helpt onze kennis van ons thuisstelsel flink vooruit.
Sinds haar oprichting in 1962 beheert de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO - European Southern Observatory) drie observatoria in Chili: (1) San Pedro de Atacama met de ALMA radio telescopen, (2) Paranal met de Very Large Telescope interferometer en (3) La Silla met 4,0 m klasse telescopen. In november 1963 verkoos ESO, na maanden van site onderzoek, het 2400 m hoog gelegen La Silla in het Zuid-Amerikaanse Andes gebergte in Chili boven de 1100 m Klavervlei site in Zuid-Afrika als locatie om haar eerste observatorium uit te bouwen.
Deze nieuwe opname van de ESO-sterrenwacht op La Silla toont een gedeelte van een stellaire kraamkamer die de bijnaam Zeemeeuwnevel draagt. Deze gaswolk, die formeel Sharpless 2-292 heet, lijkt qua vorm een beetje op de kop van een meeuw. Zijn rode gloed wordt veroorzaakt door de energierijke straling van een zeer hete, jonge ster die zich in zijn hart schuilhoudt.
Sinds de oudheid staarden mensen naar de wonderen van de nachtelijke hemel en koppelden hun waarnemingen aan het praktische; het samenstellen van een kalender ingedeeld in dagen, weken, maanden en jaren. Het nauwkeurig bijhouden van de seizoenen was belangrijk voor de landbouw zodat men wist wanneer men kon zaaien en oogsten.
Een nieuwe opname van de ESO-sterrenwacht op La Silla (Chili) toont de Potloodnevel. Deze merkwaardige wolk van gloeiend gas maakt deel uit van een enorme ring van puin die het overblijfsel is van een supernova-explosie die ongeveer 11.000 jaar geleden heeft plaatsgevonden. Deze detailrijke foto is gemaakt met de Wide Field Imager van de 2,2-meter MPG/ESO-telescoop.
In augustus 1839 werd het Pulkowa observatorium te Sint-Petersburg in Rusland officieel geopend door tsaar Nicolaas I. Deze imposante keizerlijke sterrenwacht werd bekend als eerste “moderne” observatorium van de 19de eeuw. Onder de deskundige leiding van de Duits-Russische astronoom Friedrich von Struve, opgevolgd in 1861 door zijn zoon Otto Wilhelm von Struve (1819-1905), beschikte de Pulkowa sterrenwacht over een 0,38 m refractor (lenzen telescoop), één van de beste instrumenten uit die tijd.
Sinds haar oprichting in 1633 als observatorium bij de Leidse universiteit, heeft de “Leidse Sterrewacht” een leidinggevende rol gespeeld in de geschiedenis van de astronomie. De Leidse sterrenwacht is het oudste universiteitsobservatorium ter wereld (Sterrenwacht Parijs-Meudon dateert van 1667 en het Koninklijk Observatorium van Greenwich dateert van 1675) en bekende directeuren van deze sterrenwacht waren onder andere Willem de Sitter, Ejnar Hertzsprung en Jan Oort.
In het begin van de zeventiende eeuw begon de ontwikkeling van de telescoop als een wetenschappelijk instrument dat een nieuw venster bood op het universum. In 1609 werd de Italiaanse natuurkundige Galileo Galilei (1564-1642) de eerste astronoom om objecten aan de nachtelijke hemel met een telescoop te bestuderen. Hij deed waarnemingen van kraters op de Maan, de schijngestalten van de planeet Venus en ontdekte de vier grote manen van Jupiter; Io, Europa, Ganymedes en Callisto.

Lancering vanop de Cape Canaveral lanceerbasis in Florida het Amerikaanse onbemande ruimtetuig Gemini 2. Dit was de tweede missie uit NASA's Gemini ruimteprogramma dat de opvolger was het Mercury programma dat Amerika's eerste bemande ruimteprogramma was. Na 18 minuten en 16 seconden was deze testvlucht afgelopen. Doel van de onbemande Gemini 2 testvlucht was het testen van het hitteschild van de nieuwe Gemini ruimtecapsule die plaats bood aan twee astronauten. Na de Gemini 2 testvlucht werd deze ruimtecapsule opnieuw opgelapt en in november 1966 een tweede keer gelanceerd in het kader van het militaire ruimteprogramma Manned Orbiting Laboratory (MOL). Foto: NASA
Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.