Mariner 4 was de eerste Amerikaanse onbemande ruimtesonde die een scheervlucht maakte langs de planeet Mars. Dit vierde ruimtetuig uit de Mariner familie werd op 28 november 1964 gelanceerd en maakte de eerste beelden van het oppervlak van de rode planeet. Ook al bleek de NASA met een enorme kater te zitten door het verlies van de Mariner 3, toch werd dit meer dan goedgemaakt met de succesvolle Mariner 4 missie. Deze 260 kilogram zware ruimtesonde liet de mensheid voor het eerst kennismaken met het verlaten Marslandschap.
De Amerikaanse Mariner 9 ruimtesonde maakte deel uit van het Mariner ruimteprogramma en werd op 30 mei 1971 gelanceerd vanop Cape Canaveral. Aan boord beschikte Mariner 9 over instrumenten die eerder ook al gebruikt werden bij de Mariner 6 en 7 missies. Het tuig kwam na een reis van bijna 400 miljoen kilometer op 14 november 1971 aan bij Mars. Na enkele maanden uitstel, wegens een onverwachte stofstorm, stuurde Mariner 9 duizenden foto's terug naar de Aarde waarop wetenschappers voor het eerst de reusachtige vulkanen, ravijnen en poolkappen te zien kregen.
Mars 96 was een onbemande Russische ruimtesonde die in 1996 gelanceerd werd. Ondanks zijn vele doelstellingen, tal van wetenschappelijke instrumenten en prestigieuze missie ging het ruimtetuig kort na de lancering verloren door het falen van een rakettrap. Normaal had de Mars 96 ruimtesonde de atmosfeer en het oppervlak van de rode planeet uitvoerig moeten bestuderen terwijl er vier kleinere tuigjes naar het oppervlak van Mars gestuurd werden voor geologisch en meteorologisch onderzoek. Door deze missie zouden wetenschappers tal van vragen kunnen beantwoorden en zou men een beter beeld krijgen over de evolutie van Mars.
Nereïde werd in 1949 ontdekt door Gerard Kuiper en is de derde grootste maan van Neptunus. Veel informatie over dit object hebben wetenschappers niet aangezien de Voyager 2 ruimtesonde zich op een afstand van 4,7 miljoen kilometer bevond van deze maan toen het tuig langs Neptunus vloog. Opvallend aan deze onregelmatige maan is zijn hoge excentriciteit waardoor dit object zich op een bepaald moment op slechts 1 372 000 kilometer van Neptunus bevindt en op andere momenten 9 655 000 kilometer van de gasreus verwijderd is.
Triton is met zijn gemiddelde diameter van 2.700 kilometer de grootste maan van Neptunus. Dit object werd in 1846 ontdekt en werd genoemd naar de Griekse god van de zee Triton. In augustus 1989 maakte de Amerikaanse Voyager 2 ruimtesonde als enigste ruimtetuig een scheervlucht langs deze maan. Vandaag de dag is de meeste informatie die we hebben van deze maan dan ook afkomstig van deze ruimtesonde. Triton blijkt een bijzondere maan te zijn die enkele specifieke kenmerken heeft waardoor wetenschappers dan ook vermoeden dat dit object niet afkomstig is van Neptunus.
De 29ste Amerikaanse Space Shuttle missie ging op 4 mei 1989 van start toen het ruimteveer Atlantis voor een vierde maal de ruimte inging. Deze missie stond helemaal in het teken van de planeet Venus aangezien zich in het laadruim van het ruimteveer de Magellan ruimtesonde bevond die na een reis van 15 maanden voor het eerst een gedetailleerde kaart moest maken van het oppervlak van deze planeet. Naast het Magellan ruimtetuig bevonden zich ook 5 astronauten aan boord van de Atlantis. Dit was de eerste maal dat een planetaire sonde in de ruimte gebracht werd door middel van een ruimteveer. Op enkele kleine technische problemen na bleek deze missie een groot succes te zijn. Dankzij de succesvolle Magellan ruimtemissie hebben wetenschappers nauwkeurige kaarten van 98% van het Venusoppervlak door middel van geavanceerde radartechnologie. Magellan blijft tot op heden nog steeds één van de meest succesvolle verkenners van de planeet Venus.
Phobos was de naam van een onbemand Russisch ruimteproject waarbij de Sovjet-Unie twee ruimtesondes lanceeerde die de planeet Mars en zijn twee maantjes van nabij moesten bestuderen. Beide tuigen werden in juli 1988 gelanceerd van op de Baikonur lanceerbasis in Kazachstan. Dit hele project was in samenwerking met 14 andere landen waaronder Zweden, Zwitserland, Oostenrijk, Frankrijk, West Duitsland en Amerika die ondermeer wetenschappelijke instrumenten ontwikkelden voor deze ruimtetuigen. De twee Phobos Marsverkenners hadden als belangrijkste taken onze zon te observeren tijdens hun reis naar Mars alsook de atmosfeer en het oppervlak van de rode planeet te bestuderen. Beide ruimtetuigen werden geplaagd door technische problemen en slechts een van hen stuurde foto's terug naar de Aarde van het Marsoppervlak.
Nozomi (ook wel Planet-B genoemd) betekent in het Japans zoveel als "hoop". Dit Japanse ruimtetuig werd op 3 juli 1998 gelanceerd met als doel meer te leren over de bovenste lagen van de atmosfeer van de planeet Mars en welk effect de zonnewind heeft op deze luchtlagen. Deze 258 kilogram zware ruimtesonde werd ontwikkeld door het Japanse Institute of Space and Astronautical Science (ISAS) maar helaas werd dit ruimtetuig geplaagd door tal van problemen en werd deze missie stopgezet toen de Marssonde zich niet in de juiste positie kon brengen wan- neer deze op 9 december 2003 aankwam bij Mars.
Het Amerikaanse ruimtetuig Mars Climate Orbiter was een van de twee onbemande Marsverkenners uit het Mars Surveyor '98 programma van het Amerikaanse ruimtevaartagentschap NASA. Het had als belangrijkste doel het klimaat, weer en water op Mars te bestuderen om op deze manier een beter beeld te krijgen over de atmosfeer en klimaatsveranderingen van deze planeet. Normaal had deze ruimtesonde zich in een baan om Mars moeten begeven op een hoogte van 150 kilometer van het Marsoppervlak maar wegens een navigatiefout ging dit ruimtetuig verloren in de atmosfeer van Mars kort nadat deze er was aangekomen.
Sinds het begin van de ruimtevaart heeft de mens andere hemellichamen willen verkennen en bestuderen. De mensheid heeft tot op heden door zijn verkenning al voor meer dan 200 ton aan materiaal achter gelaten op onze maan, Venus en Mars. Slechts een heel klein deel daar van is vandaag de dag nog steeds operatief.

Lancering vanop de Cape Canaveral lanceerbasis in Florida het Amerikaanse onbemande ruimtetuig Gemini 2. Dit was de tweede missie uit NASA's Gemini ruimteprogramma dat de opvolger was het Mercury programma dat Amerika's eerste bemande ruimteprogramma was. Na 18 minuten en 16 seconden was deze testvlucht afgelopen. Doel van de onbemande Gemini 2 testvlucht was het testen van het hitteschild van de nieuwe Gemini ruimtecapsule die plaats bood aan twee astronauten. Na de Gemini 2 testvlucht werd deze ruimtecapsule opnieuw opgelapt en in november 1966 een tweede keer gelanceerd in het kader van het militaire ruimteprogramma Manned Orbiting Laboratory (MOL). Foto: NASA
Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.