Ohsumi was de naam van Japans eerste kunstmaan. Deze bijna 25 kilogram zware satelliet werd op 11 februari 1970 in de ruimte gebracht door een Japanse L-4S-5 raket vanop het Kagoshima Space Center. Tussen 1966 en 1969 had Japan al vier pogingen ondernomen om deze satelliet in de ruimte te brengen maar deze missies liepen telkens slecht af.
Explorer 1 was de eerste kunstmaan die met succes in de ruimte gebracht werd door de Verenigde Staten. Deze 14 kilogram zware satelliet werd op 31 januari 1958 met behulp van een Juno I raket in de ruimte gebracht vanop de Cape Canaveral lanceerbasis in Florida en bleef in een baan om onze planeet tot 31 maart 1970 waarna het tuig opbrandde in de atmosfeer van de Aarde.
Het Amerikaanse X-37B ruimtetuig is een klein onbemand ruimteveer dat gebruikt wordt door de United States Air Force (USAF) en gebouwd werd door het lucht- en ruimtevaartbedrijf Boeing. Oorspronkelijk werd de X-37B, net als zijn voorganger, ontworpen door het Amerikaanse ruimtevaartagentschap NASA. Toen het hele project echter overgegeven werd aan het Amerikaanse ministerie van defensie werd de X-37B een geheim militair project dat zeer succesvol bleek te zijn. De geheime status van dit militaire ruimteprogramma zorgt dan ook voor de meest wilde speculaties als zou de X-37B door zijn eigenschappen gebruikt worden voor het uittesten van wapens in een baan om de Aarde. Volgens officiële berichten wordt dit onbemande ruimtetuig enkel maar gebruikt voor het uittesten van nieuwe technologieën of systemen.
Al eeuwen lang droomt de mens er van om de Aarde te verlaten en nieuwe werelden te ontdekken. Toch heeft het geduurd tot 1961 eer de mens zijn eerste stapjes zette in 'de ruimte'. Vandaag de dag leven en werken verschillende mensen permanent in een baan om de Aarde en is ruimtevaart onmisbaar geworden in onze moderne technologische maatschappij. In dit artikel wordt aan de hand van een uitgebreide tijdlijn een overzicht gegeven van alle belangrijke mijlpalen en verwezenlijkingen uit zowel de bemande alsook de onbemande ruimtevaart.
Het Satish Dhawan Space Centre (SHAR) is de grootste en belangrijkste lanceerbasis van de Indian Space Research Organisation (ISRO). De basis bevindt zich in Sriharikota op 80 kilometer ten noorden van Madras. Het complex heette lange tijd Sriharikota Launching Range maar werd in 2002 hernoemd naar de voormalige directeur van het Indiase ruimtevaartagentschap Satish Dhawan. Sinds oktober 1971 worden vanop deze basis raketten gelanceerd. Vandaag de dag is het SHAR de thuisbasis van de Indiase Polar Satellite Launch Vehicle (PSLV) en Geosynchonous Satellite Launch Vehicle (GSLV) draagraketten. In de toekomst moet deze lanceerbasis een nog grotere rol gaan spelen binnen het Indiase ruimtevaartprogramma aangezien men vanaf deze plaats bemande Indiase ruimtetuigen zal lanceren. Eigenschappen als extra rotatiesnelheid van de Aarde door zijn ligging nabij de evenaar en groot onbewoond gebied maken van dit complex de perfecte lanceerbasis.
Het European Space Research Institute (ESRIN), ook gekend als het Centre for Earth Observation, is één van de grote vijf centra in Europa van het Europese ruimtevaartagentschap ESA. Het centrum is gevestigd in het Italiaanse Frascati op 20 kilometer van Rome. ESRIN is het hoofdkwartier van ESA's aardobservatieprogramma en werd in 1966 opgericht. Nadat men hier in de jaren '70 de eerste data ontving van ESA's eerste aardobservatiesatellieten groeide het ESRIN uit tot een gespecialiseerd instituut op vlak van monitoring van onze planeet. Daarnaast bevinden zich binnen het ESRIN ook nog tal van andere afdelingen waar men ondermeer de ontwikkeling van de nieuwe Europese Vega raket leidt, ESA's Web Portal onderhoudt of software ontwikkeld.
De tweede Amerikaanse Surveyor maanverkenner werd op 20 september 1966 gelanceerd. Deze lander moest normaal een zachte landing maken op het oppervlak van de maan en had als doel het maanterrein in beeld te brengen voor toekomstige bemande ruimtemissies. In tegenstelling tot zijn voorganger (Surveyor 1) slaagde het 290 kilogram zware tuig hier niet in en stortte het op 23 september 1966 te pletter op de maan nabij de Copernicus krater.
SA-5 (Saturn Apollo-5) was de vijfde testvlucht van een Saturn I raket uit het Amerikaanse Apollo ruimteprogramma. Tijdens deze belangrijke testvlucht zou de raket voor het eerst uitgerust worden met een tweede S-IV rakettrap die beschikte over zes raketmotoren. Daarnaast werd de Saturn I raket voor het eerst ook gevuld met 340 000 kilogram brandstof. De S-I onderste rakettrap zou beschikken over vernieuwde raketmotoren die elk een kracht konden leveren van 836 kN. De toenmalige Amerikaanse president Kennedy omschreef de SA-5 test als één van de belangrijkste testvluchten in de ontwikkeling van de Apollo maanraket.
SA-4 (Saturn Apollo-4) was de vierde en laatste lancering van een Saturn I raket waarbij enkel de S-I rakettrap getest werd. Deze testvlucht maakte, net als de vorige SA testvluchten, deel uit van het Amerikaanse Apollo ruimteprogramma. Opnieuw zou het gaan om een suborbitale vlucht waarbij ingenieurs vooral de structurele karakteristieken van de rakettrap zouden bestuderen. In tegenstelling tot de vorige SA tesvluchten zou men tijdens deze lancering één van de raketmotoren 100 seconden na de lancering uitzetten waardoor de brandstof voor deze raketmotor zou omgeleid worden naar de andere nog operationele raketmotoren.
SA-3 (Saturn Apollo-2) was de derde testvlucht van een Saturn I raket uit het Amerikaanse Apollo programma. Net als bij de vorige twee testvluchten zou ook dit maal een S-1 rakettrap gelanceerd worden maar dit was de eerste maal dat de S-1 rakettrap 100% gevuld werd met brandstof. Net als bij de SA-2 missie maakte ook deze testvlucht deel uit van het Project Highwater waarbij men op grote hoogte een grote hoeveelheid water in de atmosfeer van de Aarde zou brengen om op deze manier wolkenvorming en het gedrag van waterdamp te bestuderen.

Lancering vanop de Cape Canaveral lanceerbasis in Florida van de Amerikaanse ruimtesonde New Horizons. Dit is de eerste missie van een ruimtesonde naar de dwergplaneet Pluto. Eind februari 2007 bereikte New Horizons de planeet Jupiter waarbij de ruimtesonde gebruik kon maken van een zwaartekrachtslinger. Op 8 juni 2008 vloog New Horizons de omloopbaan van de planeet Saturnus voorbij en op 18 maart 2011 de baan van de planeet Uranus. In juli 2015 moet het ruimtetuig uiteindelijk aankomen bij Pluto en zijn manen. Aan boord van de sonde bevindt zich een deel van de as van de ontdekker van Pluto, Clyde Tombaugh. Foto: NASA
Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.