Welke interessante deep sky objecten zijn er zoal te zien in de maand februari? Elke maand zoekt Spacepage het voor jou uit. Aan de hand van een overzichtelijke sterrenkaart en verschillende tabellen kan je via dit artikel opzoeken welke deep sky objecten je in februari zoal kan waarnemen. Om het de gebruiker gemakkelijk te maken, werden de tabellen ook opgesplitst afhankelijk van de gebruikte telescoop.
Een protoplanetaire nevel is een astronomisch object welke zich vormt wanneer een ster evolueert in een planetaire nevel. Eenmaal een ster aan het einde van haar levensjaren is gekomen, stoot deze zijn buitenste lagen af waardoor ze een protoplanetaire nevel vormt. Deze straalt een sterke infrarode straling uit en vormt uiteindelijk een reflectienevel.
Nevels en sterrenstelsels behoren tot de meest spectaculaire objecten uit de astronomie vanwege hun enorme afmetingen, kleuren en verschillende vormen. Bij de nevels bestaan verschillende soorten, naargelang hun vorm. De meest fascinerende zijn wellicht de planetaire nevels. Deze ringvormige objecten zijn weggeblazen resten van stervende sterren en zijn eigenlijk de kleine broertjes van supernova's. Net als bij deze supernova's ontstaan planetaire nevels door het sterven van een ster.
De planetaire nevel NGC 7048 in het sterrenbeeld in Cygnus (Zwaan) heeft vanop Arde gezien een grootte van 60” x 62” en is hierdoor een redelijk groot deep-sky object. De helderheid bedraagt 12.1. Het hemelobject werd op 19 oktober 1878 ontdekt door de Franse astronoom Édouard Jean-Marie Stephan en bevindt zich op een afstand van 6 200 lichtjaar. Édouard Jean-Marie Stephan ontdekte deze planetaire nevel met behulp van een 80 centimeter reflector telescoop. De heldere, opvallende ster die zich ten zuiden van deze nevel bevindt, is van magnitude 10.5. In het midden van deze nevel bevindt zich de ster die deze nevel heeft veroorzaakt. Deze zwakke ster heeft een blauwe kleur. NGC 7048 bevindt zich niet zo ver van NGC 7000 en NGC 7027.
M15, ook gekend als NGC 7078, is een bolvormige sterrenhoop in het sterrenbeeld Pegasus met een werkelijke diameter van ongeveer 87 lichtjaar. Over de afstand bestaat nog enige discussie, waarschijnlijk ongeveer 15 kiloparsec (± 45 000 lichtjaar). Tot nu toe werden er meer dan 100 variabele sterren in de sterrenhoop ontdekt, meestal van het type RR Lyrae (enkel C centauri en M3 hebben er meer). In 1928 ontdekte FG Pease met de telescoop van de Mount Wilson sterrenwacht in de Verenigde Staten een planetaire nevel, Pease 1. Daarmee is M15 is één van een handvol bolvormige sterrenhopen die een planetaire nevel bevat.
M22 is de derde helderste bolvormige sterrenhoop aan de sterrenhemel en is terug te vinden in het sterrenbeeld Sagittarius (Schutter). Deze prachtige bolhoop zou nog een stuk helderder zijn, mocht deze niet zo hard worden verduisterd door het interstellair stof. Met zijn 10 400 lichtjaar is dit ook één van de dichtstbijzijnde bolvormige sterrenhopen. De werkelijke diameter van M22 werd bepaald op 97 lichtjaar. De bolhoop zou een 70 000-tal sterren tellen waarvan 36 variabele. Opvallend is een kleine planetaire nevel in M22 die enkel zichtbaar is met grote telescopen.
M57 is ongetwijfeld de bekendste planetaire nevel die elke keer opnieuw wordt waargenomen door zowel beginnende als gevorderde amateur-astronomen. Deze prachtige nevel in het sterrenbeeld Lyra (Lier) is een restant van een zonachtige ster die zo'n 20 000 jaar geleden het leven heeft gelaten. M57 staat ook bekend onder de naam 'Ringnevel' alhoewel de nevel duidelijk ovaal van vorm is.
M94 is een prachtig en helder spiraalstelsel in het sterrenbeeld Canes Venatici (Jachthonden). Opvallend aan dit deep-sky object is een ring van heldere jonge sterren die duidelijk zichtbaar is op belichtingsfoto's. Dit is mogelijk het resultaat van een botsing. Over de afstand tot M94 bestaat nog enige discussie. Verschillende metingen spreken van een afstand tussen de 15 en 30 miljoen lichtjaar. M94 is het helderste lid van de Canes Venatici-groep. Dit is een groep van sterrenstelsels die deel uitmaakt van de grotere en meer bekende Virgocluster. In de binnenste ring van M94 vindt nog steeds stervorming plaats terwijl de buitenste ring bestaat uit oudere sterren.
Messier 97, ook gekend als de 'Uilnevel', is een relatief grote planetaire nevel in het sterrenbeeld Ursa Major (Grote Beer). Dit deep-sky object wordt vooral gewaardeerd door meer ervaren waarnemers. Het object dankt zijn bijnaam 'Uilnevel' aan twee opvallende donkere gebieden in de nevel waardoor het object lijkt op het hoofd van een uil. Messier 97 staat op een afstand van ongeveer 2 800 lichtjaar van de Aarde en heeft een diameter van drie lichtjaar wat overeenkomt met een schijnbare doormeter van 200'x200' (gezien vanaf de aarde). Deze planetaire nevel zou een leeftijd hebben van ongeveer 6 000 jaar en heeft een visuele helderheid van magnitude 9,9. De centrale ster in de Uilnevel heeft een oppervlakte van 85 000 Kelvin en is moeilijk te zien met amateur-telescopen vanwege de lage helderheid (magnitude 14). Deze ster heeft een massa minder dan de helft van de massa van onze ster, de zon.
De planetaire nevel NGC 6445, ook gekend onder de naam 'Box Nebula', is terug te vinden in het sterrenbeeld Sagittarius (Boogschutter) en heeft magnitude 11.2. Zijn vorm is uiterst grillig en bij lage vergrotingen kan je duidelijk twee filamenten zien. Bij hogere vergrotingen (en gebruik van filters) wordt duidelijk dat ieder filament nog eens is opgebouwd uit meerdere, kleinere filamenten. De afstand tot NGC 6445 wordt geschat op 4 500 lichtjaar en het heldere gedeelte van deze nevel heeft, vanaf de Aarde gezien, de grootte van de planeet Jupiter. Het hemelobject werd op 28 mei 1786 ontdekt door de Duits-Britse astronoom William Herschel.

Lancering vanop de Cape Canaveral lanceerbasis in Florida het Amerikaanse onbemande ruimtetuig Gemini 2. Dit was de tweede missie uit NASA's Gemini ruimteprogramma dat de opvolger was het Mercury programma dat Amerika's eerste bemande ruimteprogramma was. Na 18 minuten en 16 seconden was deze testvlucht afgelopen. Doel van de onbemande Gemini 2 testvlucht was het testen van het hitteschild van de nieuwe Gemini ruimtecapsule die plaats bood aan twee astronauten. Na de Gemini 2 testvlucht werd deze ruimtecapsule opnieuw opgelapt en in november 1966 een tweede keer gelanceerd in het kader van het militaire ruimteprogramma Manned Orbiting Laboratory (MOL). Foto: NASA
Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.