Op 4 mei 1989 werd de Amerikaanse Magellan Venusverkenner in de ruimte gebracht. Deze 1 ton zware ruimtesonde was het eerste tuig voor planetair onderzoek dat gelanceerd werd door middel van een Space Shuttle. Dit was tevens ook de eerste Amerikaanse ruimtesonde richting Venus sinds 1978.
De exploratie van de planeet Mars is altijd al een zeer belangrijk onderdeel geweest binnen de ruimtevaart en de verkenning van het zonnestelsel. Doorheen de jaren zijn ruimtevaartnaties als de Verenigde Staten, Rusland, Europa en Japan er in geslaagd om ruimtetuigen in een baan om de 'rode planeet' te brengen of wagentjes te laten rondrijden op het Marsoppervlak. De weg naar Mars verliep echter niet altijd zonder problemen. Zo is gebleken dat minder dan de helft van alle ruimtetuigen die men naar Mars stuurde, slaagde in zijn opzet. Vaak liep het al mis bij de lancering of verloor men het contact met ruimtesondes die op weg waren naar Mars.
Mars 1 (ook wel gekend onder de namen Mars 2MV-4 of Sputnik 23) was de derde Russische kunstmaan die ontwikkeld werd voor de studie van de planeet Mars. De Sovjet-Unie wou met deze eerste ruimtesonde uit het Mars programma als eerste land de planeet Mars verkennen nadat het enkele jaren eerder al onze maan verkende. Deze ruimtesonde werd op 1 november 1962 gelanceerd vanop de Baikonur lanceerbasis in Kazachstan. Normaal zou het Mars 1 ruimtetuig een scheervlucht moeten maken hebben over het oppervlak van Mars op een hoogte van 11 000 kilometer maar op weg naar deze planeet verloor de vluchtleiding alle contact met de Marsverkenner.
Mariner 4 was de eerste Amerikaanse onbemande ruimtesonde die een scheervlucht maakte langs de planeet Mars. Dit vierde ruimtetuig uit de Mariner familie werd op 28 november 1964 gelanceerd en maakte de eerste beelden van het oppervlak van de rode planeet. Ook al bleek de NASA met een enorme kater te zitten door het verlies van de Mariner 3, toch werd dit meer dan goedgemaakt met de succesvolle Mariner 4 missie. Deze 260 kilogram zware ruimtesonde liet de mensheid voor het eerst kennismaken met het verlaten Marslandschap.
De Amerikaanse Mariner 9 ruimtesonde maakte deel uit van het Mariner ruimteprogramma en werd op 30 mei 1971 gelanceerd vanop Cape Canaveral. Aan boord beschikte Mariner 9 over instrumenten die eerder ook al gebruikt werden bij de Mariner 6 en 7 missies. Het tuig kwam na een reis van bijna 400 miljoen kilometer op 14 november 1971 aan bij Mars. Na enkele maanden uitstel, wegens een onverwachte stofstorm, stuurde Mariner 9 duizenden foto's terug naar de Aarde waarop wetenschappers voor het eerst de reusachtige vulkanen, ravijnen en poolkappen te zien kregen.
Mars 96 was een onbemande Russische ruimtesonde die in 1996 gelanceerd werd. Ondanks zijn vele doelstellingen, tal van wetenschappelijke instrumenten en prestigieuze missie ging het ruimtetuig kort na de lancering verloren door het falen van een rakettrap. Normaal had de Mars 96 ruimtesonde de atmosfeer en het oppervlak van de rode planeet uitvoerig moeten bestuderen terwijl er vier kleinere tuigjes naar het oppervlak van Mars gestuurd werden voor geologisch en meteorologisch onderzoek. Door deze missie zouden wetenschappers tal van vragen kunnen beantwoorden en zou men een beter beeld krijgen over de evolutie van Mars.
De 33ste missie van een Amerikaans ruimteveer ging op 9 januari 1990 van start en werd uitgevoerd met het ruimteveer Columbia dat hierdoor zijn 9de ruimtevlucht maakte. Tijdens deze missie werd een Amerikaanse militaire communicatiesatelliet uigezet in een baan om de Aarde en werd de Long Duration Exposure Facility van het Amerikaanse ruimtevaartagentschap NASA terug mee naar huis genomen. Aan boord van het ruimteveer Columbia bevonden zich vijf Amerikaanse ruimtevaarders. In totaal duurde deze missie 10 dagen en 21 uur. Deze STS-32 missie wordt algemeen aanzien als één van de meest ingewikkelde ruimtevluchten ooit aangezien de vijf astronauten de 9,5 ton zware LDEF veilig terug naar de Aarde moesten brengen waarna wetenschappers de experimenten onderzochten nadat deze jarenlang werden blootgesteld aan de ruimtelijke omgeving.
De 29ste Amerikaanse Space Shuttle missie ging op 4 mei 1989 van start toen het ruimteveer Atlantis voor een vierde maal de ruimte inging. Deze missie stond helemaal in het teken van de planeet Venus aangezien zich in het laadruim van het ruimteveer de Magellan ruimtesonde bevond die na een reis van 15 maanden voor het eerst een gedetailleerde kaart moest maken van het oppervlak van deze planeet. Naast het Magellan ruimtetuig bevonden zich ook 5 astronauten aan boord van de Atlantis. Dit was de eerste maal dat een planetaire sonde in de ruimte gebracht werd door middel van een ruimteveer. Op enkele kleine technische problemen na bleek deze missie een groot succes te zijn. Dankzij de succesvolle Magellan ruimtemissie hebben wetenschappers nauwkeurige kaarten van 98% van het Venusoppervlak door middel van geavanceerde radartechnologie. Magellan blijft tot op heden nog steeds één van de meest succesvolle verkenners van de planeet Venus.
De rode dwerg Gliese 581 is een ster van magnitude 10.56 en behoort tot spectraalklasse M3V. Deze ster vinden we terug in het sterrenbeeld weegschaal (Libra) en is niet zichtbaar met het blote oog. De afstand van deze zogeheten 'M-dwerg' tot de Aarde bedraagt ongeveer 21 lichtjaar. De benaming 'Gliese' verwijst naar Wilhelm Gliese (1915 –1993), een Duits astronoom die in 1969 de naar hem genoemde catalogus samenstelde van nabije sterren (sterren binnen 82 lichtjaar of 25 parsec van de zon). Tot op heden werden in de buurt van deze ster al drie planeten gevonden: Gliese 581e, Gliese 581b en Gliese 581c.
Begin de jaren '70 stuurde de Sovjet-Unie een reeks ruimtetuigen en landers naar Mars om deze planeet van nabij te bestuderen. De Mars 2 en Mars 3 missies waren twee identiek dezelfde ruimtetuigen die bestonden uit een orbiter en een lander. Beide tuigen hadden samen een gewicht van 4,6 ton. Mars 3 werd op 28 mei 1971 gelanceerd vanop de Baikonur lanceerbasis door middel van een krachtige Russische Proton-K raket en op 2 december 1971 bevond dit tuig met zijn lander zich in een baan om de rode planeet.

Lancering vanop de Cape Canaveral lanceerbasis in Florida het Amerikaanse onbemande ruimtetuig Gemini 2. Dit was de tweede missie uit NASA's Gemini ruimteprogramma dat de opvolger was het Mercury programma dat Amerika's eerste bemande ruimteprogramma was. Na 18 minuten en 16 seconden was deze testvlucht afgelopen. Doel van de onbemande Gemini 2 testvlucht was het testen van het hitteschild van de nieuwe Gemini ruimtecapsule die plaats bood aan twee astronauten. Na de Gemini 2 testvlucht werd deze ruimtecapsule opnieuw opgelapt en in november 1966 een tweede keer gelanceerd in het kader van het militaire ruimteprogramma Manned Orbiting Laboratory (MOL). Foto: NASA
Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.