M65, M66 en NGC 3628 zijn drie spiraalstelsels in het sterrenbeeld Leo (Leeuw) die vlak bij elkaar liggen. De eerste twee worden gescheiden door slechts 21'. Samen vormen deze drie objecten het bekende 'Leo Triplet'. M65 en M66 zijn respectievelijk van het type Sa en Sb. De twee sterrenstelsels hebben een diameter van 50 000 en 70 000 lichtjaar en staan op een afstand van enkele tientallen miljoenen lichtjaren. Tot op heden zijn er nog geen supernovae ontdekt in M95.
M65, M66 en NGC 3628 zijn drie spiraalstelsels in het sterrenbeeld de Leo (Leeuw) die vlak bij elkaar liggen. De eerste twee worden gescheiden door slechts 21'. Samen vormen deze drie objecten het zogeheten 'Leo Triplet'. M65 en M66 zijn respectievelijk van het type Sa en Sb. De twee sterrenstelsels hebben een diameter van 50 000 en 70 000 lichtjaar en staan op een afstand van enkele tientallen miljoenen lichtjaren. Tot nu toe zijn er reeds drie supernovae ontdekt in het sterrenstelsel, waarvan de laatste in 1997. De helderste supernova haalde magnitude 12,2.
M68, ook gekend als NGC 4590, is een bolvormige sterrenhoop in het sterrenbeeld Hydra (Waterslang) dat zich op een afstand van ongeveer 33 000 lichtjaar bevindt. Deze cluster heeft een diameter van 106 lichtjaar. Tot nu toe zijn er een 30-tal variabele sterren ontdekt in M68, allemaal van het type RR Lyrae. In de nabije omgeving van het object werd er eveneens een variabele ontdekt, van het type mira (die geen deel uit maakt van de cluster zelf). De bolhoop nadert ons aan een snelheid van 112 km/s en helderste individuele ster in Messier 68 heeft een magnitude van 12,6.
M70 is een bolvormige sterrenhoop in het sterrenbeeld Sagittarius (Schutter) dat zich op een afstand bevindt van 29 300 lichtjaar. Opvallend aan dit object is dat er slechts twee variabele sterren in de cluster werden ontdekt. In juli 1995 werd de bolhoop bekend toen Alan Hale en Thomas Bopp de komeet Hale-Bopp ontdekten terwijl ze M70 aan het waarnemen waren. De cluster heeft een extreem dichte kern dat wellicht door een kerninstorting komt.
M71 is een nabijgelegen sterrenhoop in het sterrenbeeld Sagitta (Pijl) waarvan de classificatie ervan jarenlang in vraagteken werd gesteld. Het object lijkt te schaars om een bolvormige sterrenhoop te zijn en heeft een te grote dichtheid om een open sterrenhoop te zijn. Vandaag weten we dat het hier om een kleine bolvormige sterrenhoop gaat die zich op een afstand van zo'n 13 000 lichtjaar van de Aarde bevindt. M71 meet 27 lichtjaar in diameter en de onregelmatige veranderlijke ster Z Sagittae is een lid van deze cluster.
M73, ook gekend als NGC 6994, is één van de vreemdste objecten uit de bekende Messiercatalogus. Dit object, gelegen in het sterrenbeeld Aquarius (Waterman) bestaat uit een groep van vier sterren welke een Y-vormig patroon vormen. De helderheid van deze sterren bedraagt magnitude 10,5, 10,5, 11 en 12. Het is niet bekend of deze sterren fysisch verbonden zijn.
M74, ook gekend als NGC 628, is een spectaculair spiraalvormig sterrenstelsel in het sterrenbeeld Pisces (Vissen) dat we vanuit bovenaanzicht bekijken (ook wel 'face-on' genaamd in het Engels). Op langbelichte foto's (of in grote telescopen) is de spiraalstructuur van het sterrenstelsel, dat van het type Sc is, zeer duidelijk herkenbaar. De diameter van M74 bedraagt ongeveer 95 000 lichtjaar, wat iets kleiner is dan onze eigen Melkweg. Het sterrenstelsel is eveneens de helderste van een kleine cluster waartoe ook NGC 660, UGC 891, UGC 1176, UGC 1195 en UGCA 20 behoren. Tot nu toe zijn er twee supernovae ontdekt in M74, sn2002ap en sn2003gd. In dit sterrenstelsel bevinden zich ook vrij veel HII gebieden wat erop wijst dat er stervorming plaats vindt.
M76 is een planetaire nevel in het sterrenbeeld Perseus. Dit object is ook bekend onder de naam 'Kleine Halternevel' ('Little Dumbbell Nebulae' in het Engels) of 'Kleine Zandlopernevel' omdat dit veel gelijkenissen vertoond met bekende 'Halternevel' (M27). De centrale ster van M76 heeft een magnitude van 16 en is dus moeilijk waarneembaar met amateurtelescopen. De afstand tot de nevel werd bepaald op 1 750 lichtjaar. M76 heeft een diameter van ongeveer één lichtjaar en de centrale ster, wiens buitenste lagen de nevel vormen, heeft een oppervlakte temperatuur van 60 000 kelvin.
M77, ook gekend als NGC 1086, is een opvallend Seyfertsterrenstelsel in het sterrenbeeld Cetus (Walvis). Seyfertsterrenstelsels zijn spiraalstelsels met een heel heldere kern. M77 is het enigste Seyfertstelsel dat werd opgenomen in de bekende Messiercatalogus. Het object is een zeer compact sterrenstelsel. De kern heeft een diameter van 20 000 lichtjaar en de buitenste grenzen van M77 liggen slechts 50 000 lichtjaar van de kern verwijderd. De afstand tot M77 wordt tussen de 47 miljoen en 60 miljoen lichtjaar geschat. M77, ook bekend als 3C71, is eveneens een krachtige radiobron. In het spiraalstelsel, dat van het type Sb is, werd een massief zwart gat ontdekt van vele miljoenen zonnemassa's.
M80, ook gekend als NGC 6093, is een kleine bolvormige sterrenhoop in het sterrenbeeld Scorpius (Schorpioen). De bolhoop meet slechts 5' in diameter, hoewel hij in werkelijkheid ongeveer even groot is als M4. M80 staat dan ook op een veel grotere afstand, namelijk 36 000 lichtjaar. Momenteel zijn er een vijftal variabele sterren ontdekt in deze sterrenhoop, wat opvallend weinig is. In de 19de eeuw werd er een nova in deze bolhoop ontdekt die magnitude 7 bereikte. M80 bevat alles samen enkele honderdduizenden sterren. In deze bolhoop zijn vrij veel zogeheten 'blue stragglers' waargenomen. Dit zijn sterren die veel jonger lijken dan de leeftijd van de sterrenhoop als geheel. Wellicht zijn deze sterren ontstaan door botsingen van twee sterren of wellicht doordat oudere sterren een deel van hun buitenste lagen hebben verloren door dichte naderingen van andere sterren in deze cluster.

Lancering vanop de Cape Canaveral lanceerbasis in Florida van de Amerikaanse ruimtesonde New Horizons. Dit is de eerste missie van een ruimtesonde naar de dwergplaneet Pluto. Eind februari 2007 bereikte New Horizons de planeet Jupiter waarbij de ruimtesonde gebruik kon maken van een zwaartekrachtslinger. Op 8 juni 2008 vloog New Horizons de omloopbaan van de planeet Saturnus voorbij en op 18 maart 2011 de baan van de planeet Uranus. In juli 2015 moet het ruimtetuig uiteindelijk aankomen bij Pluto en zijn manen. Aan boord van de sonde bevindt zich een deel van de as van de ontdekker van Pluto, Clyde Tombaugh. Foto: NASA
Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.