Sinds haar oprichting in 1633 als observatorium bij de Leidse universiteit, heeft de “Leidse Sterrewacht” een leidinggevende rol gespeeld in de geschiedenis van de astronomie. De Leidse sterrenwacht is het oudste universiteitsobservatorium ter wereld (Sterrenwacht Parijs-Meudon dateert van 1667 en het Koninklijk Observatorium van Greenwich dateert van 1675) en bekende directeuren van deze sterrenwacht waren onder andere Willem de Sitter, Ejnar Hertzsprung en Jan Oort.
In het begin van de zeventiende eeuw begon de ontwikkeling van de telescoop als een wetenschappelijk instrument dat een nieuw venster bood op het universum. In 1609 werd de Italiaanse natuurkundige Galileo Galilei (1564-1642) de eerste astronoom om objecten aan de nachtelijke hemel met een telescoop te bestuderen. Hij deed waarnemingen van kraters op de Maan, de schijngestalten van de planeet Venus en ontdekte de vier grote manen van Jupiter; Io, Europa, Ganymedes en Callisto.
Medio de negentiende eeuw waren wetenschappers enorm gefascineerd door de eigenschappen van de chemische elementen. In 1868 publiceerde de Russische chemicus Dmitri Mendelejev (1834-1907) het periodiek systeem van de elementen dat hij baseerde op het kaartspel patience. In 1895 ontdekte de Duitse natuurkundige Wilhelm Röntgen (1845-1923) de X-straling en werd daarmee de vader van de diagnostische radiologie.
Na jaren van speculatie zijn astronomen op het Roque de los Muchachos observatorium (ORM) (Canarische eiland La Palma: 28°.4 latitude hoogte 2400m) met de voorbereidingen begonnen om de HARPS-North te installeren op de 3,58 m Galilei-telescoop. Vooreerst werd de 4,20 m William Herschel telescoop geselecteerd voor dit apparaat maar uiteindelijk koos het HARPS-team van de Universiteit van Genève voor de Telescopio Nazionale Galileo (TNG).
In het begin van de zeventiende eeuw begon de ontwikkeling van de telescoop als een wetenschappelijk instrument dat een nieuw venster bood op het universum. In 1609 werd de Italiaanse natuurkundige Galileo Galilei (1564-1642) de eerste astronoom om objecten aan de nachtelijke hemel met een telescoop te bestuderen. Zijn waarnemingen van o.a. de schijngestalten van Venus bevestigden het heliocentrisch model van het zonnestelsel, omschreven door de Poolse sterrenkundige Nicolaus Copernicus (1473-1543) in zijn geruchtmakend boek “De Revolutionibus Orbium Coelestium” (De omwentelingen van de hemelbanen).
Sinds de ontwikkeling van de radio in de jaren 1890, waren uitvinders zoals Nikola Tesla (1856-1943) en Guglielmo Marconi (1874-1937) ervan overtuigd dat men signalen uit het zonnestelsel kon ontvangen. Het duurde echter tot 1933 voordat de Amerikaanse radio ingenieur Karl Jansky (1905-1950), met zijn 30 m buizen-antenne “radio hiss” detecteerde vanuit het centrum van de Melkweg, ons sterrenstelsel.
Radio astronomie kwam in Duitsland, in vergelijking met de meeste andere Europese landen, pas laat tot bloei wegens de opgelegde restricties na de Tweede Wereldoorlog. En alhoewel onderzoek hierna, eind jaren '40, nog verboden was bleek achteraf dat men in en om de steden Kiel en Tübingen reeds begonnen was met de bouw van de eerste radio-observatoria.
In mei 2011 stelden Europese wetenschappers hun ontwerpstudie voor van een revolutionaire gravitatiedetector om zwarte gaten en de oorsprong van het universum te onderzoeken. Het innovatieve observatorium zal toelaten om precisiemetingen uit te voeren met gravitatiegolven, uiterst kleine rimpels in het weefsel van ruimtetijd, waarvan voorspeld is dat ze ontstaan uit kosmische catastrofen zoals samensmeltende zwarte gaten, botsende neutronensterren en ineenstortende supernovae.
Op het einde van de jaren 1970 waren er in het Instituut voor Sterrenkunde (IvS) van de Katholieke Universiteit Leuven (KUL) naast het theoretisch onderzoek weinig observatieprojecten. De Leuvense astronomen dienden dan ook observatietijd te reserveren bij buitenlandse telescopen, voornamelijk in Chili. Deze manier van werken vergde nauwkeurige planning om telkens slechts enkele nachten waarnemingstijd te bekomen.
De Zon, cruciaal voor alle leven op Aarde, is ongetwijfeld het belangrijkste hemellichaam in ons zonnestelsel. De Zon werd millennia lang aanbeden als een godheid, totdat 17de eeuwse astronomen zoals Christiaan Huygens (1629-1695) en Johannes Hevelius (1611-1687) serieus filosoferen over de idee dat de Zon een ster is.

Lancering vanop de Cape Canaveral lanceerbasis in Florida van de Amerikaanse ruimtesonde New Horizons. Dit is de eerste missie van een ruimtesonde naar de dwergplaneet Pluto. Eind februari 2007 bereikte New Horizons de planeet Jupiter waarbij de ruimtesonde gebruik kon maken van een zwaartekrachtslinger. Op 8 juni 2008 vloog New Horizons de omloopbaan van de planeet Saturnus voorbij en op 18 maart 2011 de baan van de planeet Uranus. In juli 2015 moet het ruimtetuig uiteindelijk aankomen bij Pluto en zijn manen. Aan boord van de sonde bevindt zich een deel van de as van de ontdekker van Pluto, Clyde Tombaugh. Foto: NASA
Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.