Een Japans team van wetenschappers heeft met behulp van de 8,2 meter Subaru-telescoop op Hawaii kunnen achterhalen dat de dampkring van exoplaneet Gliese 1214b wellicht veel waterdamp bevat. Gliese 1214b is een zogeheten 'superaarde' en staat op een afstand van ongeveer 40 lichtjaar in het sterrenbeeld Slangendrager.
Astronomen zijn aan de hand van gegevens, afkomstig van de Amerikaanse Kepler ruimtetelescoop, tot de conclusie gekomen dat 17 procent van alle sterren in het bezit zijn van een planeet ter grootte van de Aarde die zich in een omloopbaan bevindt die kleiner is dan die van Mercurius. Aangezien er zich in ons sterrenstelsel, de Melkweg, 100 tot 200 miljard sterren bevinden, resulteert dit dus in 17 tot 34 miljard zogenaamde 'hete Aardes'.
Nereïde werd in 1949 ontdekt door Gerard Kuiper en is de derde grootste maan van Neptunus. Veel informatie over dit object hebben wetenschappers niet aangezien de Voyager 2 ruimtesonde zich op een afstand van 4,7 miljoen kilometer bevond van deze maan toen het tuig langs Neptunus vloog. Opvallend aan deze onregelmatige maan is zijn hoge excentriciteit waardoor dit object zich op een bepaald moment op slechts 1 372 000 kilometer van Neptunus bevindt en op andere momenten 9 655 000 kilometer van de gasreus verwijderd is.
Triton is met zijn gemiddelde diameter van 2.700 kilometer de grootste maan van Neptunus. Dit object werd in 1846 ontdekt en werd genoemd naar de Griekse god van de zee Triton. In augustus 1989 maakte de Amerikaanse Voyager 2 ruimtesonde als enigste ruimtetuig een scheervlucht langs deze maan. Vandaag de dag is de meeste informatie die we hebben van deze maan dan ook afkomstig van deze ruimtesonde. Triton blijkt een bijzondere maan te zijn die enkele specifieke kenmerken heeft waardoor wetenschappers dan ook vermoeden dat dit object niet afkomstig is van Neptunus.
Een Plutoïde is een transneptunische dwergplaneet. De Internationale Astronomische Unie (IAU) creëerde in 2008 deze categorie van astronomische objecten als gevolg van een resolutie over de definitie van het woord 'planeet'. Plutoïden kunnen aanzien worden als de scheiding tussen de groep dwergplaneten en transneptunische objecten.
Net zoals de Zon naar beneden beweegt ten opzichte van de sterren lijken de planeten oostwaarts ten opzichte van de sterren te bewegen. Af en toe maken de zogenaamde 'buitenplaneten' (Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus) een opvallende beweging. Deze beweging wordt in de sterrenkunde 'retrograde beweging' genoemd.
Aan de nachtelijke hemel kunnen we bij goede omstandigheden soms wel vijf planeten zien zonder hulp van binoculairen of telescopen. Planeten lijken met het blote oog op het eerste zicht op sterren maar je kan makkelijk leren ze van de sterren te onderscheiden. In dit artikel bespreken we de planeten die we met of zonder telescoop kunnen waarnemen.
Proteus is de tweede grootste maan van Neptunus en werd in 1989 ontdekt door Stephen P. Synnot en Bradford Smith die foto’s bestudeerde die gemaakt werden door de Amerikaanse ruimtesonde Voyager 2. Ondanks het feit dat deze maan niet veel groter is dan die andere Neptunusmaan Nereide werd Proteus pas heel laat ontdekt aangezien dit object zeer donker is en zich heel dicht bij Neptunus bevindt. Deze maan heeft, in tegenstelling tot vele andere manen, geen mooie ronde vorm en heeft een gemiddelde diameter van ongeveer 418 kilometer.
Zogeheten 'Scattered Disk Objects' (SDO's) zijn een groep planetoïden die zich in de buitenste regionen van ons zonnestelsel bevinden. De omlooptijd van SDO's bedraagt meer dan 330 jaar en gemiddel bevinden deze ijs- en steenklompen zich op een afstand van 48 Astronomische Eenheden (AE) van de Zon.
Het aantal planeten in ons zonnestelsel is in de loop van de geschiedenis meermaals veranderd. Van 6 planeten tot maximum 23 planeten en uiteindelijk in 2006 terug 8 planeten. In dit artikel nemen we een vlucht doorheen de geschiedenis en kan je door middel van een tijdlijn zien welke planeten ons zonnestelsel volgens sterrenkundigen allemaal gekend heeft.

Lancering vanop de Cape Canaveral lanceerbasis in Florida het Amerikaanse onbemande ruimtetuig Gemini 2. Dit was de tweede missie uit NASA's Gemini ruimteprogramma dat de opvolger was het Mercury programma dat Amerika's eerste bemande ruimteprogramma was. Na 18 minuten en 16 seconden was deze testvlucht afgelopen. Doel van de onbemande Gemini 2 testvlucht was het testen van het hitteschild van de nieuwe Gemini ruimtecapsule die plaats bood aan twee astronauten. Na de Gemini 2 testvlucht werd deze ruimtecapsule opnieuw opgelapt en in november 1966 een tweede keer gelanceerd in het kader van het militaire ruimteprogramma Manned Orbiting Laboratory (MOL). Foto: NASA
Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.