Een nieuwe opname, gemaakt met ESO’s surveytelescoop VISTA, plaatst de beroemde Trifidnevel in een nieuw, spookachtig licht. Door waarnemingen te doen in het infrarood kunnen astronomen dwars door de stofrijke centrale delen van de Melkweg heen kijken en objecten ontdekken die eerder onopgemerkt bleven.
De indrukwekkende sterrenhemel en zijn bijhorende Melkweg is iets bijzonders fascinerends. Helaas kunnen we in België en Nederland dit prachtige natuurwonder nog zelden aanschouwen als gevolg van de storende lichtvervuiling. Dankzij het internet en getalenteerde fotografen en makers van zogeheten 'timelapse' video's kunnen we vandaag de dag wel nog zien hoe de sterrenhemel er uitziet op de meest afgelegen plaatsen ter wereld. Via onderstaande Vimeo-filmpjes willen we u dan ook mee laten genieten van iets wat wij nog zelden zien!
Tientallen jaren dachten wetenschappers dat samensmeltingen van sterrenstelsels doorgaans tot de vorming van elliptische sterrenstelsels leiden. Maar nu hebben onderzoekers, met behulp van ALMA en een reeks andere radiotelescopen, het directe bewijs gevonden dat samensmeltende sterrenstelsels in de regel juist schijfstelsels produceren. Dit verrassende resultaat zou kunnen verklaren waarom het heelal zo rijk is aan spiraalstelsels als onze Melkweg.
Deze opname met de Wide Field Imager van ESO’s La Silla Observatory in Chili, laat twee spectaculaire stervormingsgebieden zien in de zuidelijke Melkweg. De eerste, aan de linkerkant, wordt gedomineerd door de open sterrenhoop NGC 3603, 20 000 lichtjaar ver weg, in de Sagittarius-Carina-arm van de Melkweg. Het tweede object, aan de rechterzijde, is een verzameling gloeiende gaswolken die bekend staat als NGC 3576, en de helft dichterbij de aarde staat.
De VLT Survey Telescope (VST) van de ESO-sterrenwacht op Paranal, Chili, heeft een indrukwekkend detailrijke opname gemaakt van het sterrenstelsel M33. Dit nabije spiraalstelsel, het op een na grootste buurstelsel van onze Melkweg, wemelt van de heldere sterrenhopen en wolken van gas en stof. De nieuwe foto – een van de meeste gedetailleerde groothoekopnamen die ooit van dit object zijn gemaakt – laat vooral de vele gloeiende rode gaswolken in de spiraalarmen duidelijk zien.
Deze kleurrijke nieuwe opname, gemaakt met de 2,2-meter MPG/ESO-telescoop van de ESO-sterrenwacht op La Silla in Chili, toont de sterrenhoop NGC 3590. De sterren steken helder af tegen een een spectaculair landschap van donkere plekken van stof en kleurrijke wolken van gloeiend gas. Deze kleine stellaire samenscholing sterren geeft astronomen aanwijzingen over de manier waarop sterren ontstaan en evolueren, en over de structuur van de spiraalarmen van onze Melkweg.
Magnetars zijn de bizarre supercompacte overblijfselen van supernova-explosies. Ze zijn voor zover bekend de sterkste magneten in het heelal – miljoenen keren sterker dan de sterkste magneten op aarde. Een team van Europese astronomen heeft nu, met behulp van ESO’s Very Large Telescope (VLT), voor het eerst een magnetar met een begeleidende ster ontdekt.
Op 19 december 2013 heeft de Europese ruimtevaartorganisatie ESA vanop zijn lanceerbasis in Frans-Guyana de Global Astrometric Interferometer for Astrophysics (Gaia) satelliet in de ruimte gebracht. Met dit ruimtetuig wil men de nauwkeurigste driedimensionale dynamische kaart van heel onze Melkweg ooit maken.
Uit een onderzoek, dat twaalf jaar heeft geduurd, blijkt dat ons Melkwegstelsel dan toch vier spiraalarmen heeft. Nadat men in de jaren '50 voor het eerst de structuur van ons sterrenstelsel in kaart had gebracht, concludeerde men dat dit vier spiraalarmen had. In 2008 kwam men hier op terug op basis van metingen met de infraroodruimtetelescoop Spitzer en besloot men dat het Melkwegstelsel slechts twee spiraalarmen had.
De Grote Magelhaense Wolk is een van de naaste buren van de Melkweg. Astronomen hebben ESO’s Very Large Telescope ingezet om een van de minder bekende gebieden van dit stelsel te verkennen. Deze nieuwe opname toont wolken van gas en stof die door hete pasgeboren sterren in hun omgeving tot allerlei vreemde vormen zijn gekneed. Ook laat de opname de gevolgen zien van de dood van een ster: filamenten die door een supernova-explosie zijn voortgebracht.

Lancering vanop de Cape Canaveral lanceerbasis in Florida het Amerikaanse onbemande ruimtetuig Gemini 2. Dit was de tweede missie uit NASA's Gemini ruimteprogramma dat de opvolger was het Mercury programma dat Amerika's eerste bemande ruimteprogramma was. Na 18 minuten en 16 seconden was deze testvlucht afgelopen. Doel van de onbemande Gemini 2 testvlucht was het testen van het hitteschild van de nieuwe Gemini ruimtecapsule die plaats bood aan twee astronauten. Na de Gemini 2 testvlucht werd deze ruimtecapsule opnieuw opgelapt en in november 1966 een tweede keer gelanceerd in het kader van het militaire ruimteprogramma Manned Orbiting Laboratory (MOL). Foto: NASA
Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.