Nadat een Amerikaanse Falcon 9 draagraket op 18 april 2014 succesvol het Dragon bevoorradingstuig in de ruimte bracht, werd het onbemande ruimtevrachtschip ongeveer veertig uur later vastgehecht aan het internationale ruimtestation ISS. Aan boord van de Dragon bevindt zich meer dan twee ton bevoorrading.
De Russische Poisk module werd op 10 november 2009 in de ruimte gebracht door middel van een Soyuz draagraket. Twee dagen later werd deze 3,7 ton zware koppelingsmodule probleemloos vastgehecht aan de Zvezda module van het internationale ruimtestation ISS. Poisk, ook beter gekend als Mini-Research Module 2, is een gelijkaardige module als Pirs en werd ontworpen en gebouwd door het Russische ruimtevaartbedrijf RSC Energia. De komst van de kleine Poisk module was de eerste grote Russische uitbreiding van het ISS sinds 2001.
De kleine Pirs module is een Russische koppelingsmodule dat zich aan de Zvezda module van het internationale ruimtestation ISS bevindt. Pirs, dat in het Russische zoveel betekent als 'pier', werd in 2001 aan het ISS bevestigd en doet sindsdien dienst als koppelingsmodule voor Russische Sojoez en Progress ruimtetuigen. Deze 4,9 meter lange module wordt daarnaast ook gebruikt als luchtsluis wanneer Russische ruimtevaarders een ruimtewandeling willen uitvoeren met hun Orlan ruimtepakken.
Net als de Unity module (Node 1) doet ook de Harmony module (Node 2) aan het internationale ruimtestation ISS dienst als koppelingsmodule waar andere onderdelen van het ruimtestation kunnen aan vastgehecht worden. De Harmony module werd op 23 oktober 2007 succesvol vastgemaakt aan het ISS en werd gebouwd door het Europese ruimtevaartbedrijf Thales Alenia Space in Italië. Deze 14,2 ton zware module zorgde ervoor dat het ISS ruimtestation bijna 90 kubieke meter aan leef- en werkruimte bij kreeg.
Destiny is de naam van het Amerikaanse ruimtelabo dat deel uitmaakt van het internationale ruimtestation ISS. Deze 14,5 ton zware module werd vanaf 1995 tot 1998 door het Amerikaanse lucht en ruimtevaartbedrijf Boeing gebouwd in de faciliteiten van het Marshall Space Flight Center in Alabama. Na zijn lancering in februari 2001 werd dit gevaarte tijdens de STS-98 ruimtemissie uiteindelijk vastgemaakt aan het ISS. Deze module is één van de grootste en belangrijkste Amerikaanse bijdrages aan het internationale ruimtestation ISS aangezien Destiny vooral gebruikt wordt voor wetenschappelijk onderzoek.
De Unity module was het eerste Amerikaanse onderdeel dat gekoppeld werd aan het internationale ruimtestation ISS. Deze kleine module werd op 4 december 1998 in de ruimte in gebracht door het Amerikaanse ruimteveer Endeavour waarna deze door de bemanning van het ruimteveer op 6 december 1998 werd vastgemaakt aan de Russische Zarya module. De Unity module werd gebouwd door het Amerikaanse lucht en ruimtevaartbedrijf Boeing en bestaat uit zes toegangspoorten waaraan andere ISS modules ISS werden aan vastgemaakt.

Lancering vanop de Cape Canaveral lanceerbasis in Florida het Amerikaanse onbemande ruimtetuig Gemini 2. Dit was de tweede missie uit NASA's Gemini ruimteprogramma dat de opvolger was het Mercury programma dat Amerika's eerste bemande ruimteprogramma was. Na 18 minuten en 16 seconden was deze testvlucht afgelopen. Doel van de onbemande Gemini 2 testvlucht was het testen van het hitteschild van de nieuwe Gemini ruimtecapsule die plaats bood aan twee astronauten. Na de Gemini 2 testvlucht werd deze ruimtecapsule opnieuw opgelapt en in november 1966 een tweede keer gelanceerd in het kader van het militaire ruimteprogramma Manned Orbiting Laboratory (MOL). Foto: NASA
Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.