Het woord planeet is afkomstig van het oud-Griekse woord 'planetes', dat zoveel betekent als 'zwerver'. In de Oudheid zag men dat de planeten anders bewogen dan de sterren. Ze leken geen vaste baan aan te houden en het leek alsof ze 'zwierven' door de nachtelijke sterrenhemel. Daarnaast doken deze hemellichamen op verschillende tijdstippen van het jaar op en op verschillende plaatsen aan de hemel.
In 1960 deed astronoom Frank Drake aan de Cornell University het eerste moderne SETI-experiment onder de naam 'Project Ozma' (SETI: Search for Extraterrestrial Intelligence), genoemd naar de koningin van Oz in het sprookjesboek van Frank Baum. Drake gebruikte een 25 meter diameter radiotelescoop in Green Bank (West-Virginia) om de sterren Tau Ceti en Epsilon Eridani te onderzoeken nabij de frequentie van 1,42 gigahertz.
Dit Engelstalige boek van 306 pagina’s is bedoeld als een gids doorheen de Messierlijst. De eerste drie hoofdstukken leggen ons uit wie Charles Messier was, hoe James O’Meara zijn waarnemingen gedaan heeft en hoe het boek in elkaar steekt. Zeer interessant om die drie hoofdstukken eens door te nemen. Het grootste hoofdstuk van dit boek is het vierde waarin alle Messierobjecten behandeld worden.
NGC 3628 is het derde lid van de zogeheten 'Leo Triplet'. Dit is een bekende groep van drie sterrenstelsels die in de lente vaak worden waargenomen door deep-sky waarnemers. Dit spiraalvormig sterrenstelsel in het sterrenbeeld Leeuw (Leo) bevindt zich op een afstand van 35 miljoen lichtjaar van de Aarde en werd in 1784 ontdekt door de Duits-Britse astronoom William Herschel. Alle drie de leden van de bekende Leo Triplet zijn met elkaar verbonden. NGC 3628 heeft een helderheid van magnitude 9,6 en is een mooi voorbeeld van een 'edge-on' sterrenstelsel. Ondanks het feit dat dit sterrenstelsel qua afmeting vergelijkbaar is met het Melkwegstelsel kunnen we duidelijk zien dat de schijf van NGC 3628 naar de rand toe uitwaaiert. Astronomen vermoeden dat het vervormde uiterlijk van dit sterrenstelsel het bewijs is van gravitationele touwtrekkerij met de andere sterrenstelsels van de Leo Triplet. Waarnemers met telescopen met een opening van minstens twintig centimeter moeten bij goede omstandigheden al de stofband rondom dit sterrenstelsel kunnen zien.
Sterrenbeeld: Leeuw (Leo)
Magnitude: 9,6
Coördinaten:

M2, ook gekend als NGC 7089, is een bolvormige sterrenhoop, ver weg van de Melkweg, in een regio met weinig heldere sterren. M2, gelegen in het sterrenbeeld Aquarius (Waterman) bevat ongeveer 100 000 sterren en is 13 miljard jaar oud. De absolute magnitude van het object is -10. M2 is het 'showbeest' in het sterrenbeeld Aquarius en is gemakkelijk zichtbaar met een binoculair. Onder een goed donkere hemel kan het object zelfs zichtbaar zijn met het blote oog maar de kans is klein in het sterk lichtvervuilde België en Nederland. Zoek naar een helder centrum met een lichtere buitenste grens. In het centrum kan je geen sterren onderscheiden, maar bij een grote vergroting kan het misschien enkele sterren tonen aan de randen.
M17 is een prachtige emissienevel in het sterrenbeeld Sagittarius (Schutter) die qua schoonheid zeker niet moet onderdoen voor de bekende Orionnevel (M42). Indien hij in onze streken hoger aan de hemel mocht komen, was dit object minstens even bekend als de Orionnevel. De nevel M17 is vooral bekend onder de naam 'Omeganevel', vanwege de grote gelijkenis met de Griekse brief Omega. Ook in de nevel van M17 vindt men een open sterrenhoop van een 30tal leden, maar deze zijn minder opvallend dan bij M16. De nevel bevat in totaal zo'n 800 keer zo veel massa dan de Zon en in de Omeganevel worden er nog steeds massaal nieuwe sterren gevormd.
M46, of NGC 2437, is een zeer rijke open sterrenhoop met zo'n 500 sterren die men kan terugvinden in het sterrenbeeld Puppis (Achtersteven). De leeftijd van deze cluster wordt geschat op ongeveer 100 miljoen jaar. De leden van M46 zijn verspreid over een schijnbare afstand van 27' (even groot als die van de Maan), wat overeenkomst met 30 lichtjaar in werkelijkheid. De afstand tot de sterrenhoop werd bepaald op 5 400 lichtjaar. Een opvallend kenmerk in M46 is de planetaire nevel NGC 2438 die zich in de cluster lijkt te bevinden. Dit is echter gezichtsbedrog aangezien deze planetaire nevel geen deel uitmaakt van M46 maar zich toevallig in dezelfde richting bevindt.
M61 is een van de grotere sterrenstelsels dat deel uitmaakt van de bekende 'Virgocluster'. Dit spiraalvormig sterrenstelsel heeft een schijnbare diameter van 6' wat op een afstand van 60 miljoen lichtjaar overeenkomt met een werkelijke diameter van 100 000 lichtjaar (gelijkaardig aan onze Melkweg). Tot nu toe werden er in M61 reeds 4 supernovae ontdekt, waarvan de laatste in 1999.
Messier 63, ook gekend als NGC 5055, is een spiraalvormig sterrenstelsel in het sterrenbeeld Canes Venatici (Jachthonden) en draagt ook de naam 'Zonnebloemstelsel' (Sunflowergalaxy' in het Engels). Dit sterrenstelsel maakt deel uit van een cluster waartoe ook het sterrenstelsel Messier 51 (Draaikolknevel) behoord. Het stelsel bevindt zich op een afstand van ongeveer 37 miljoen lichtjaar van de aarde en heeft een visuele helderheid van magnitude 8.6. Op 25 mei 1971 werd er een supernovae van het type Ia ontdekt in Messier 63 die magnitude 11.8 bereikte. De cluster waartoe Messier 63 behoort, bevindt zich op een afstand van 37 miljoen lichtjaar van de Aarde.
M88 is een spiraalsterrenstelsel in het sterrenbeeld Coma Berenices (Hoofdhaar) dat deel uitmaakt van de bekende Virgocluster. Dit sterrenstelsel is gelijkaardig aan M31 in het sterrenbeeld Andromeda. Het sterrenstelsel beweegt zich van ons vandaan met een snelheid van 2 000 km /s. Het deep-sky object staat op een afstand van ongeveer 60 miljoen lichtjaar van de Aarde en heeft een werkelijke diameter van 130 000 lichtjaar. Op 28 mei 1999 werd er een supernova van het type Ia ontdekt in M88. Sn1999cl behaalde een maximale helderheid van 13,6.

Lancering vanop de Cape Canaveral lanceerbasis in Florida van de Amerikaanse ruimtesonde New Horizons. Dit is de eerste missie van een ruimtesonde naar de dwergplaneet Pluto. Eind februari 2007 bereikte New Horizons de planeet Jupiter waarbij de ruimtesonde gebruik kon maken van een zwaartekrachtslinger. Op 8 juni 2008 vloog New Horizons de omloopbaan van de planeet Saturnus voorbij en op 18 maart 2011 de baan van de planeet Uranus. In juli 2015 moet het ruimtetuig uiteindelijk aankomen bij Pluto en zijn manen. Aan boord van de sonde bevindt zich een deel van de as van de ontdekker van Pluto, Clyde Tombaugh. Foto: NASA
Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.