De tweede Amerikaanse Surveyor maanverkenner werd op 20 september 1966 gelanceerd. Deze lander moest normaal een zachte landing maken op het oppervlak van de maan en had als doel het maanterrein in beeld te brengen voor toekomstige bemande ruimtemissies. In tegenstelling tot zijn voorganger (Surveyor 1) slaagde het 290 kilogram zware tuig hier niet in en stortte het op 23 september 1966 te pletter op de maan nabij de Copernicus krater.
Mariner 4 was de eerste Amerikaanse onbemande ruimtesonde die een scheervlucht maakte langs de planeet Mars. Dit vierde ruimtetuig uit de Mariner familie werd op 28 november 1964 gelanceerd en maakte de eerste beelden van het oppervlak van de rode planeet. Ook al bleek de NASA met een enorme kater te zitten door het verlies van de Mariner 3, toch werd dit meer dan goedgemaakt met de succesvolle Mariner 4 missie. Deze 260 kilogram zware ruimtesonde liet de mensheid voor het eerst kennismaken met het verlaten Marslandschap.
AS-203 (Apollo Saturn-203) was de vijfde onbemande testmissie uit het Amerikaanse Apollo ruimtevaartprogramma. Deze testvlucht wordt vandaag de dag soms ook als 'Apollo 2' omschreven. Het belangrijkste doel van deze testvlucht was om het gedrag te bestuderen van de brandstof in de S-IVB raketttrap eenmaal deze zich in een gewichtloze omgeving zou bevinden. Deze S-IVB rakettrap zou tijdens bemande Apollo vluchten de astronauten van de Aarde naar de Maan moeten brengen.
SA-1 (Saturn Apollo-1) was de eerste belangrijke testvlucht van een Saturn I raket uit het Amerikaanse Apollo Maanprogramma. Dit was de eerste lancering van een gloednieuwe generatie draagraketten die veel groter en krachtiger waren dan raketten die voorheen werden gelanceerd.
Na de twee Space Shuttles Columbia en Challenger, die inmiddels samen al 11 vluchten hadden uitgevoerd, was het de beurt aan het ruimteveer Discovery. Dit ruimteveer werd voor het eerst gelanceerd tijdens de STS-41-D missie die op 30 augustus 1984 van start ging. In vergelijking met de twee andere ruimteveren was de Discovery veel lichter omdat er gebruik werd gemaakt van lichtgewicht hittewerend materiaal. Een ander kenmerk van deze missie was dat de lancering slechts enkele seconden voordat de Solid Rocket Boosters (SRB’s) zouden tot ontbranding worden gebracht, werd geannuleerd. Hierdoor moesten de hoofdmotoren weer uitgeschakeld worden en dit was sinds de Gemini 6A missie niet meer gebeurd. Nadat het ruimteveer zich eindelijk in een baan rond de Aarde bevond, werden er met succes 3 communicatiesatellieten uitgezet. Op 5 september landde het ruimteveer Discovery terug op Aarde na een missie van 6 dagen en 3 uur.
De STS-33 Space Shuttle missie was de vijfde Amerikaanse bemande ruimtevlucht die uitgevoerd werd in opdracht van het Amerikaanse Department of Defense. Op 22 november 1989 vertrok het ruimteveer Discovery vanop het lanceercomplex 39B van het Kennedy Space Center. Tijdens deze vijf dagen durende ruimtevlucht werd een geheime spionagekunstmaan in een baan om de Aarde gebracht. Aan boord van de Discovery bevonden zich vijf astronauten. Opvallend aan deze crew was dat de originele piloot vijf maanden voor deze missie stierf tijdens een vliegtuigongeval. Dit was de 32ste missie van een Amerikaanse Space Shuttle en was meteen ook de 9de maal dat het ruimteveer Discovery gebruikt werd.
Op 6 april 1984 ging de elfde Space Transportation System (STS) missie van start toen het ruimteveer Challenger voor de vijfde maal werd gelanceerd voor de STS-41-C missie. Het ruimteveer had aan boord een bemanning van vijf astronauten en kenmerkend aan deze missie was dat een Amerikaans ruimteveer voor de eerste keer een hoogte van meer dan 550 kilometer bereikte door middel van gebruik te maken van het Orbiter Maneuvering System. De twee hoofddoelen van de missie waren de Long Duration Exposure Facility (LDEF) uit te zetten in een baan om de Aarde en om een satelliet terug op te vangen en deze te herstellen in het laadruim van het ruimteveer.
De STS-51-J ruimtemissie was de eerste ruimtevlucht waarbij het ruimteveer Atlantis werd gebruikt en was eveneens ook de 21ste missie uit het Amerikaanse Space Transportation System (STS) ruimteprogramma. Dit was de tweede maal dat een Space Shuttle-missie uitgevoerd werd in opdracht van het Amerikaanse Department of Defense (DoD). In totaal duurde deze vlucht iets meer dan vier dagen. Het ruimteveer Atlantis ging uiteindelijk op 3 oktober 1985 voor het eerst de ruimte in. In zijn vrachtruim bevonden zich twee militaire Defense Satellite Communications System (DSCS) kunstmanen die elk een gewicht hadden van 2,6 ton en met succes in een baan om onze planeet uitgezet werden door de vijf astronauten aan boord van het ruimteveer.
De Amerikaanse STS-8 ruimtemissie was de negende ruimtevlucht uit het Space Transportation System programma van de NASA en tijdens deze tiendaagse missie werden tientallen wetenschappelijke experimenten uitgevoerd in het door Europa gebouwde Spacelab ruimtelabo dat voor het eerst in de ruimte gebracht werd. Deze bemande ruimtevlucht werd uitgevoerd met het ruimteveer Columbia en voor het eerst bestond de bemanning uit 6 astronauten waaronder de eerste niet-Amerikaanse ruimtevaarder Ulf Merbold.
De Amerikaanse Viking 1 Marslander was de eerste van twee identieke ruimtetuigen die in 1975 gelanceerd werden vanop de Cape Canaveral lanceerbasis in Florida. Beide ruimtetuigen maakten een zachte landing op het Marsoppervlak en stuurden hiervan tal van prachtige foto's terug naar de Aarde. Met deze dure ruimtemissies wou het Amerikaanse ruimtevaartagentschap NASA meer leren over de samenstelling, het klimaat en het oppervlak van de planeet Mars. Uiteindelijk zouden beide projecten een zeer groot succes worden. Dit was de eerste maal dat een Amerikaans tuig landde op het oppervlak van Mars en dankzij deze ruimtetuigen zag men op Aarde nu voor het eerst het oppervlak van deze fascinerende planeet in kleur.

Lancering vanop de Cape Canaveral lanceerbasis in Florida van de Amerikaanse ruimtesonde New Horizons. Dit is de eerste missie van een ruimtesonde naar de dwergplaneet Pluto. Eind februari 2007 bereikte New Horizons de planeet Jupiter waarbij de ruimtesonde gebruik kon maken van een zwaartekrachtslinger. Op 8 juni 2008 vloog New Horizons de omloopbaan van de planeet Saturnus voorbij en op 18 maart 2011 de baan van de planeet Uranus. In juli 2015 moet het ruimtetuig uiteindelijk aankomen bij Pluto en zijn manen. Aan boord van de sonde bevindt zich een deel van de as van de ontdekker van Pluto, Clyde Tombaugh. Foto: NASA
Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.