Bolvormige sterrenhopen zijn groeperingen van honderdduizenden oudere sterren en worden bij elkaar gehouden door een eigen zwaartekracht. Al deze sterren bevinden zich zeer dicht bij hun kern en bepaalde soorten sterren zoals "blue straggles" of "LMXB's" komen vaak voor bij bolvormige sterhopen.
De term 'radiosterrenstelsels' wordt gegeven aan sterrenstelsels waarin zich twee radiobronnen bevinden die zeer sterk zijn. Alle sterrenstelsels zenden radiostralingen uit. Deze zeer sterke radiobronnen vinden we vooral terug bij elliptische sterrenstelsels doordat deze stelsels in hun kern een zeer sterk massief zwart hebben. De radiobronnen van radiosterrenstelsels kunnen waargenomen worden door radiotelescopen. Dankzij intensieve studies van deze objecten weten we ondertussen dat de stralingsuitbarstingen kortstondig zijn (tussen de 1 000 en 10 000 000 jaar).
Sterrenstelsels bevinden zich niet alleen in het universum maar maken vaak deel uit van een groep die men een cluster heet. In deze clusters bevinden zich ook tal van bolhopen en gaswolken. De clusters zelf maken op hun beurt ook deel uit van reusachtige groepen die men superclusters noemt en die tot de grootste structuren uit het universum behoren.
Quasars zijn, na gammaflitsen en supernovae, de helderste en verste objecten die we kunnen waarnemen. Dit komt omdat het sterrenstelsels zijn die een zeer heldere kern hebben. Deze stelsels werden gevormd in een periode waarin het universum nog zeer jong was. Ze bevatten een grote hoeveelheid stof, jonge sterren en gas. Dergelijke objecten werden ontdekt doordat ze zeer sterke radiostralen uitzenden.
Een spiraalstelsel kan makkelijk herkend worden aan zijn twee of meerdere spiraalarmen die zich rond een kern bevinden. Toen Edwin Hubble de spiraalstelsels wou bestuderen en classificeren, onderscheidde hij twee groepen binnen: deze objecten de normale spiraalstelsels (S) en de balkspiraalstelsels (SB). Binnen de spiraalvormige sterrenstelsels zitten sterren van alle mogelijke leeftijden. Deze stelsels zijn ook rijk aan gas waardoor sommigen ook wel de 'kraamklinieken' van ons heelal genoemd worden.
Edwin Hubble (1889 – 1953) was één van de grootste astronomen uit de geschiedenis. Hij werd niet enkel bekend door zijn Hubble-constante maar hij was ook de man die in 1923 kon bewijzen dat vreemde 'spiraalnevels' eigenlijk sterrenstelsels zijn. Hubble fotografeerde als eerste enkele sterrenstelsels vanop de Mount Wilson sterrenwacht in Californië. Op deze manier kon hij voor het eerst de structuur waarnemen van deze objecten.
Het Langley Research Center van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA is het oudste NASA onderzoekscentrum en is gelegen in de staat Virginia. In dit centrum wordt vooral onderzoek verricht op vlak van ruimtevaart en luchtvaart. Zo werd hier in het verleden de eerste Apollo maanlander getest. Het Langley Research Center werd in 1917 opgericht door de National Advisory Committee for Aeronautics (NACA). Twee derde van al de activiteiten die hier plaatsvinden, zijn gelinkt aan de ruimtevaart. De overige aan ruimteonderzoek en de luchtvaart. Voor het ruimtevaarttijdperk werden hier vooral vliegtuigen getest op het verbeteren van de aërodynamica en het gewicht. Tussen 1958 en 1963 was deze faciliteit ook het hoofdcentrum van het 'Man in space' programma van Amerika waarmee men de eerste Amerikaan in de ruimte probeerde te brengen door middel van het Mercury programma.
Het Neutral Bouyancy Laboratory (NBL) van het Amerikaanse ruimtevaartagentschap NASA bevindt zich niet ver van het Johnson Space Center in Houston, Texas, en is het grootste zwembad ter wereld dat gebruikt wordt voor het opleiden van astronauten die toekomstige ruimtewandelingen moeten uitvoeren. Het zwembad zelf heeft een lengte van 61 meter en is 31 meter breed. Dit reusachtige bad heeft een diepte van twaalf meter. Wanneer het bad gevuld is, kan er meer dan 22,7 miljoen liter water in.
Zwarte gaten vereisen het algemene relativistische concept van een vervormbare ruimte-tijd. Hun meest indrukwekkende verschijnselen steunen op een vervorming van de ruimte rondom hen.
NGC 1931 is een emissie- en reflectienevel met daarin een open cluster die samen gelegen zijn in het sterrenbeeld Auriga. Dit deep-sky object is 4’ x 4’ groot en heeft een helderheid van magnitude 11,6. NGC 1931 wordt vaak omschreven als een miniatuurversie van de bekende Orionnevel door de vele gelijkenissen. In het centrum van deze nevel vinden we vier sterren terug in de vorm van een trapezium die te vergelijken zijn met de sterren van de bekende 'Trapezium Cluster' in de Orionnevel. Aangezien NGC 1931 een klein object is, is het nodig om een zo hoog mogelijke vergroting te gebruiken wanneer men dit object wil waarnemen. De nevel zelf is ook in de Sharpless cataloog terug te vinden onder 'Sh 2-237'. NGC 1931 werd op 4 februari 1793 ontdekt door de Duits-Britse astronoom William Herschel en bevindt zich op een afstand van ongeveer 7 000 lichtjaar..

Lancering vanop de Cape Canaveral lanceerbasis in Florida het Amerikaanse onbemande ruimtetuig Gemini 2. Dit was de tweede missie uit NASA's Gemini ruimteprogramma dat de opvolger was het Mercury programma dat Amerika's eerste bemande ruimteprogramma was. Na 18 minuten en 16 seconden was deze testvlucht afgelopen. Doel van de onbemande Gemini 2 testvlucht was het testen van het hitteschild van de nieuwe Gemini ruimtecapsule die plaats bood aan twee astronauten. Na de Gemini 2 testvlucht werd deze ruimtecapsule opnieuw opgelapt en in november 1966 een tweede keer gelanceerd in het kader van het militaire ruimteprogramma Manned Orbiting Laboratory (MOL). Foto: NASA
Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.