Net als het Saljoet 3 ruimtestation maakte het Saljoet 5 ruimtestation eveneens deel uit van het Russische militaire Almaz ruimtestationprogramma. Om zijn ware aard te verbergen, kreeg dit ruimtestation door de Sovjet-Unie de naam Saljoet 5 terwijl dit eigenlijk ‘OPS-3’ heette. Uiteindelijk zou Saljoet 5 het laatste Russische militaire ruimtestation zijn in een baa nom de Aarde.
Saljoet 4, ook gekend onder de benaming 'DOS-4', maakte deel uit van het Russische Saljoet ruimteprogramma en was het vierde ruimtestation dat werd ontworpen en gebouwd door de Sovjet-Unie. Dit civiele ruimtestation werd op 26 december 1974 probleemloos in een baan om de Aarde gebracht vanop de Bajkonoer lanceerbasis waarna dit ruimtestation tweemaal langdurig werd bemand. Saljoet 4 was oorspronkelijk een copy van zijn voorganger, Saljoet 3, maar in tegenstelling tot zijn voorganger bleek het verdere verloop van dit ruimtestation wel een groot succes te zijn.
Op 31 mei 1990 werd de vierde module gelanceerd vanop de Bajkonoer lanceerbasis in Kazachstan bestemd voor het Russische Mir ruimtestation. Het ontwerp van deze nieuwe module werd net zoals zijn voorgangers gebaseerd op de plannen van de 77K module. Dit 11,9 meter lange cilindervormig gevaarte had bij zijn lancering een gewicht van 19,6 ton. Aan boord van de Kristall module bevonden zich tal van wetenschappelijke experimenten bestemd voor materiaalonderzoek, biotechnologie en astrofysica. Hierdoor werd dit het belangrijkste wetenschappelijke laboratorium van het Mir ruimtestation.
Een ruimtestation is een ruimtevaartuig dat zich in een baan om de aarde bevindt en waarin een bemanning gedurende korte of lange tijd kan in verblijven doordat deze met een apart ruimtevaartuig naartoe wordt gebracht. Ruimtestations werden tot op heden altijd al onbemand in de ruimte gebracht en tot op heden bevonden alle ruimtestations zich in een lage baan om de Aarde op een hoogte van maximum 440 kilometer.
Veel mensen zullen zich wellicht vragen stellen bij dit artikel maar dieren hebben een essentiële rol gespeeld in de beginjaren van de bemande ruimtevaart doordat zij de taak hadden de technologie die de mens ontwikkeld had te testen op overlevingskansen voor er mensenlevens op het spel zouden gezet worden.
“Houston, we have a problem” is ongetwijfeld de meest bekende zin die mensen zich herinneren uit de ruimtevaart. Het woord “Houston” verwijst naar het vluchtleidingscentrum dat zich bevindt op de terreinen van het Johnson Space Center in Houston, Texas, en is sinds halverwege de jaren '60 het zenuwcentrum van elke Amerikaanse bemande ruimtemissie. NASA besloot een nieuw vluchtleidingscentrum te bouwen voor de Gemini 4 bemande ruimtevlucht in 1965. Sindsdien werd elke beweging die een ruimtecapsule of ruimteveer ooit maakte, gecontroleerd door tientallen ingenieurs, mecaniciens en managers die allemaal werkten in “gebouw 30” van het Johnson Space Center.
Tijdens de eerste ontwerpen van de Amerikaanse Space Shuttle begin de jaren 70 bleek al gauw duidelijk dat het vrachtruim van dit ruimteveer zou kunnen gebruikt worden voor talloze wetenschappelijke doeleinden en om deze zoveel mogelijk te combineren droomden wetenschappers ervan een module te ontwerpen die de functie had van een laboratorium en apart kon geïnstalleerd worden in het laadruim van het Amerikaanse ruimteveer.
Op 23 maart 1983 maakte de Amerikaanse president Ronald Reagen zijn 'Star Wars' plan bekend dat vooral bestond uit de bouw van een anti-rakettenschild die raketlanceringen met nucleaire ladingen onmiddellijk moest kunnen detecteren en onschadelijk maken van gelijk waar ter wereld. Op datzelfde moment bevond Amerika zich met de Sovjet-Unie in de woeligste periode uit de Koude Oorlog. De toenmalige Sovjet president Yuri Andropov beschuldigde de Verenigde Staten ervan militaire controle te proberen krijgen vanuit de ruimte over de Sovjet-Unie. Als tegenprestatie keurde Andropov verschillende geheime militaire ruimtevaartprojecten goed voor ontwikkeling waaronder ook het geheime Skif-DM project.

Lancering vanop de Cape Canaveral lanceerbasis in Florida het Amerikaanse onbemande ruimtetuig Gemini 2. Dit was de tweede missie uit NASA's Gemini ruimteprogramma dat de opvolger was het Mercury programma dat Amerika's eerste bemande ruimteprogramma was. Na 18 minuten en 16 seconden was deze testvlucht afgelopen. Doel van de onbemande Gemini 2 testvlucht was het testen van het hitteschild van de nieuwe Gemini ruimtecapsule die plaats bood aan twee astronauten. Na de Gemini 2 testvlucht werd deze ruimtecapsule opnieuw opgelapt en in november 1966 een tweede keer gelanceerd in het kader van het militaire ruimteprogramma Manned Orbiting Laboratory (MOL). Foto: NASA
Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.