Sterrenstelsels bevinden zich niet alleen in het universum maar maken vaak deel uit van een groep die men een cluster heet. In deze clusters bevinden zich ook tal van bolhopen en gaswolken. De clusters zelf maken op hun beurt ook deel uit van reusachtige groepen die men superclusters noemt en die tot de grootste structuren uit het universum behoren.
Ons Melkwegstelsel bevindt zich samen met andere sterrenstelsels in een cluster die men de Lokale Groep noemt. Men is tot deze ontdekking gekomen doordat astronomen erachter kwamen dat bepaalde sterrenstelsels, zoals het Andromeda sterrenstelsel, zich veel dichter bij ons bevinden dan andere stelsels.
Een spiraalstelsel kan makkelijk herkend worden aan zijn twee of meerdere spiraalarmen die zich rond een kern bevinden. Toen Edwin Hubble de spiraalstelsels wou bestuderen en classificeren, onderscheidde hij twee groepen binnen: deze objecten de normale spiraalstelsels (S) en de balkspiraalstelsels (SB). Binnen de spiraalvormige sterrenstelsels zitten sterren van alle mogelijke leeftijden. Deze stelsels zijn ook rijk aan gas waardoor sommigen ook wel de 'kraamklinieken' van ons heelal genoemd worden.
Ongeveer 40% van alle sterrenstelsels hebben een elliptische vorm (bolvormig of lensvormig) en beschikken over een zeer heldere kern. In deze elliptische sterrenstelsels bevinden zich vooral oudere sterren omdat er zich te weinig gas in bevindt voor het ontstaan van nieuwe sterren. De helderheid van deze stelsels neemt naar de rand toe meer af. Elliptische sterrenstelsels zijn eveneens de grootste uit ons heelal.
De term 'dwergplaneet' is een vrij nieuwe term binnen de astronomie en zijn hemelobjecten die de naam “planeet” niet waardig zijn maar wel kenmerken hebben van planeten. In augustus 2006 werd door de Internationale Astronomische Unie deze term geïntroduceerd en moet ondermeer astronomen helpen bij het benoemen van nieuwe ontdekte objecten.
De planetoïdengordel, ook wel de 'asteroïdengordel' genoemd, is een gebied in ons zonnestelsel dat zich tussen de planeten Mars en Jupiter bevindt op een afstand van 2,06 en 3,27 Astronomische Eenheden (AE) van de Aarde. In deze regio bevinden zich de meeste planetoïden die in een baan rond de Zon draaien. De planetoïdengordel kreeg in het verleden ook vaak de benaming 'hoofdgordel' aangezien dit de grootste gordel met planetoïden is in ons zonnestelsel. Terwijl de hoofdgordel van de planetoïdengordel ongeveer 93,4% van alle genummerde planetoïden bevat, bevinden de overige planetoïden zich zich in andere gebieden die men in de sterrenkunde ook wel 'groepen' noemt.
Het Amerikaanse Goddard Space Flight Center (GSFC) is één van de belangrijkste en grootste onderzoekscentra van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA en werd in 1959 opgericht als NASA's eerste ruimtevaartcentrum. Vandaag de dag werken er in dit instituut ongeveer 10 000 mensen. Het GSFC is gelegen op enkele kilometers van Washington D.C. in de staat Maryland. Dit reusachtig ruimtevaartcentrum is eveneens de grootste Amerikaanse verzamelplaats waar wetenschappers en ingenieurs zowel onze planeet, ons zonnestelsel alsook ons melkwegstelsel bestuderen.
Het grote witte gebouw dat zich op het terrein van het Kennedy Space Center bevindt, kent ongetwijfeld iedereen. Het is één van de grootste constructies ter wereld en is de thuishaven geweest van de Saturn V maanraket en de Space Shuttle. In dit reusachtige gebouw werden in de jaren '60 en '70 de Saturn raketten geassembleerd.
Toen Amerika druk bezig was met zijn Apollo maanprogramma voor te bereiden, besliste de NASA om een transportsysteem te ontwerpen dat de zware Saturn V maanraket in een verticale houding zou kunnen transporteren naar het lanceercomplex op het Kennedy Space Center. Dit transportsysteem kreeg de naam “Crawler”, werd gebouwd door Marion Power Shovel Co. en had een prijskaartje van 14 miljoen dollar.
Het belangrijkste onderdeel van de Space Shuttle was wellicht de zogeheten 'orbiter', of ook wel het 'ruimteveer' genoemd. Hierin bevond zich de bemanning tijdens de hele ruimtemissie. In de orbiter was ook een laadruimte voorzien waarin zich satellieten, onderdelen voor een ruimtestation of wetenschappelijke experimenten konden worden in opgeslagen. Alles samen had de orbiter een lengte van 37,2 meter en een spanwijdte van 23,7 meter.

Lancering vanop de Cape Canaveral lanceerbasis in Florida het Amerikaanse onbemande ruimtetuig Gemini 2. Dit was de tweede missie uit NASA's Gemini ruimteprogramma dat de opvolger was het Mercury programma dat Amerika's eerste bemande ruimteprogramma was. Na 18 minuten en 16 seconden was deze testvlucht afgelopen. Doel van de onbemande Gemini 2 testvlucht was het testen van het hitteschild van de nieuwe Gemini ruimtecapsule die plaats bood aan twee astronauten. Na de Gemini 2 testvlucht werd deze ruimtecapsule opnieuw opgelapt en in november 1966 een tweede keer gelanceerd in het kader van het militaire ruimteprogramma Manned Orbiting Laboratory (MOL). Foto: NASA
Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.