Op 6 april 1984 ging de elfde Space Transportation System (STS) missie van start toen het ruimteveer Challenger voor de vijfde maal werd gelanceerd voor de STS-41-C missie. Het ruimteveer had aan boord een bemanning van vijf astronauten en kenmerkend aan deze missie was dat een Amerikaans ruimteveer voor de eerste keer een hoogte van meer dan 550 kilometer bereikte door middel van gebruik te maken van het Orbiter Maneuvering System. De twee hoofddoelen van de missie waren de Long Duration Exposure Facility (LDEF) uit te zetten in een baan om de Aarde en om een satelliet terug op te vangen en deze te herstellen in het laadruim van het ruimteveer.
STS-5 was de vijfde missie uit het Amerikaanse Space Transportation System (STS) ruimteprogramma van de ruimtevaartorganisatie NASA en was de eerste echte missie na vier eerdere testvluchten. Op 11 november 1982 ging de vijfde Space Shuttle-missie van start met als belangrijkste doel twee communicatiesatellieten uit te zetten in een baan om de Aarde. Tijdens deze ruimtevlucht zou normaal ook de eerste ruimtewandeling uit het STS programma worden uitgevoerd maar omwille van een probleem met de ruimtepakken ging dit niet door. Bijzonder aan deze ruimtemissie was dat de vier astronauten aan boord van het ruimteveer Columbia tijdens de lancering en landing geen drukpakken droegen en het ruimteveer opnieuw op het geplande tijdstip werd gelanceerd waardoor men meer vertrouwen kreeg in het STS programma.
Tijdens de STS-8 ruimtemissie werd het Amerikaanse ruimteveer Challenger voor de derde maal gelanceerd. Dit was de eerste nachtelijke lancering en landing van een Amerikaans ruimteveer. Aan boord van de Challenger bevonden zich vijf Amerikaanse astronauten waaronder de eerste Afro-Amerikaan. In het laadruim van het ruimteveer bevond zich ondermeer de Indiase INSAT 1B kunstmaan. Deze missie duurde iets meer dan zes dagen en aan boord van de Challenger bevonden zich naast de verschillende wetenschappelijke experimenten ook meer dan 260 000 postzegels die na deze ruimtevlucht verkocht werden aan het grote publiek.
STS-3 was de derde bemande Amerikaanse Space Shuttle-missie. Deze ruimtevlucht ging op 22 maart 1982 van start en werd uitgevoerd met het ruimteveer Columbia. Dit was de eerste lancering van een Amerikaans ruimteveer waarbij de External Tank (ET) niet wit was geverfd maar in z’n oorspronkelijke kleur gelaten werd om op deze manier overtollig gewicht te besparen. Ook was dit de eerste en enige missie waarbij op de White Sands Space Harbor landingsbaan in de Amerikaanse staat New Mexico werd geland. Doel van deze derde Space Transportation System (STS) missie was om het Remote Manipulator System (RMS) robotarm verder te testen en om voor het eerst verschillende experimenten in het ruimteveer uit te voeren.
De STS-2 ruimtemissie was de tweede bemande Amerikaanse Space Shuttle-missie uit het Space Transportation System (STS) programma van de ruimtevaartorganisatie NASA. Deze ruimtevlucht ging van start op 12 november 1981 en werd uitgevoerd met het ruimteveer Columbia dat bemand werd door twee Amerikaanse astronauten. Gedurende deze ruimtevlucht werd voor het eerst het Remote Manipulator System (RMS) gebruikt. Deze Canadese robotarm zou later gebruikt worden om satellieten met op te vangen of uit te zetten of om onderdelen aan een ruimtestation vast te hechten. Opvallend aan de STS-2 missie was dat dit de laatste keer was dat een ruimtevlucht werd uitgevoerd met astronauten die voor het eerst de ruimte ingingen.
De STS-1 missie was de allereerste Space Shuttle missie uit de geschiedenis van de Amerikaanse ruimtevaart. Deze vlucht werd bemand door twee bemanningsleden en werd uitgevoerd met het ruimteveer Columbia. Het doel van de missie was om veilig in een baan rond de Aarde te komen, alle apparatuur te testen en weer veilig te landen.
Net als de Unity module (Node 1) doet ook de Harmony module (Node 2) aan het internationale ruimtestation ISS dienst als koppelingsmodule waar andere onderdelen van het ruimtestation kunnen aan vastgehecht worden. De Harmony module werd op 23 oktober 2007 succesvol vastgemaakt aan het ISS en werd gebouwd door het Europese ruimtevaartbedrijf Thales Alenia Space in Italië. Deze 14,2 ton zware module zorgde ervoor dat het ISS ruimtestation bijna 90 kubieke meter aan leef- en werkruimte bij kreeg.
De Skylab Rescue Mission maakte deel uit van het Amerikaanse Skylab ruimteprogramma. Het was een reserve Saturn IB raket met aangepaste Apollo ruimtecapsule die kon worden ingezet indien een Skylab bemanning in het ruimtestation zou moeten gered worden indien er zich plots een probleem zou voorgedaan hebben met hun ruimtecapsule waardoor de bemanning niet meer kon terugkeren naar de Aarde.
Saljoet 4, ook gekend onder de benaming 'DOS-4', maakte deel uit van het Russische Saljoet ruimteprogramma en was het vierde ruimtestation dat werd ontworpen en gebouwd door de Sovjet-Unie. Dit civiele ruimtestation werd op 26 december 1974 probleemloos in een baan om de Aarde gebracht vanop de Bajkonoer lanceerbasis waarna dit ruimtestation tweemaal langdurig werd bemand. Saljoet 4 was oorspronkelijk een copy van zijn voorganger, Saljoet 3, maar in tegenstelling tot zijn voorganger bleek het verdere verloop van dit ruimtestation wel een groot succes te zijn.
Het eerste ruimtestation dat in een baan om de Aarde werd gebracht, was het Russische Saljoet 1. Dit ruimtestation werd op 19 april 1971 in de ruimte gebracht door een krachtige Proton raket vanop de Bajkonoer lanceerbasis in Kazachstan. Het Saljoet 1 ruimtestation werd ontworpen en gebouwd om de nooit eerder gebruikte technologie te testen en te demonstreren en om daarnaast ook experimenten in uit te voeren. Ook wou men met dit ruimtestation onderzoeken hoelang ruimtevaarders in een baan om de Aarde konden verblijven.

Lancering vanop de Cape Canaveral lanceerbasis in Florida van de Amerikaanse ruimtesonde New Horizons. Dit is de eerste missie van een ruimtesonde naar de dwergplaneet Pluto. Eind februari 2007 bereikte New Horizons de planeet Jupiter waarbij de ruimtesonde gebruik kon maken van een zwaartekrachtslinger. Op 8 juni 2008 vloog New Horizons de omloopbaan van de planeet Saturnus voorbij en op 18 maart 2011 de baan van de planeet Uranus. In juli 2015 moet het ruimtetuig uiteindelijk aankomen bij Pluto en zijn manen. Aan boord van de sonde bevindt zich een deel van de as van de ontdekker van Pluto, Clyde Tombaugh. Foto: NASA
Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.