Een krachtig nieuw instrument, KMOS geheten, is met succes getest op de Very Large Telescope van de ESO-sterrenwacht op Paranal (Chili). KMOS registreert infrarood licht en heeft de unieke eigenschap dat het 24 objecten tegelijk kan onderzoeken. Dat levert – veel sneller dan tot nu toe mogelijk was – cruciale gegevens op die inzicht moeten geven in de manier waarop sterrenstelsels in het vroege heelal tot ontwikkeling zijn gekomen.
De Poolster dankt zijn naam aan het feit dat deze, op dit moment, zich dicht bij de noordelijke hemelpool bevindt. Alleen al om dit feit, is de Poolster interessant, en men heeft ontdekt dat de ster zich meer dan 100 lichtjaren dichter bij het zonnestelsel bevindt dan voordien was aangenomen.
Astronomen hebben met behulp van de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) ontdekt dat het buitenste deel van de stofschijf rond een bruine dwerg millimeter-grote korreltjes kan bevatten zoals die ook in de schijven rond pasgeboren sterren voorkomen. Deze verrassende ontdekking roept twijfels op over de bestaande theorieën over het ontstaan van rotsachtige planeten ter grootte van de aarde.
Een internationaal team van astronomen, waaronder enkele Nederlanders, heeft ontdekt dat zich in de kern van het kleine sterrenstelsel NGC 1277 een uitzonderlijk zwaar zwart gat bevindt. Het zwarte gat neemt maar liefst veertien procent van de totale massa van het sterrenstelsel voor zijn rekening terwijl het massa-aandeel van zwarte gaten in de meeste sterrenstelsels vaak nog niet 0,1 procent bedraagt.
Astronomen hebben met behulp van ESO’s Very Large Telescope (VLT) een quasar ontdekt die materie uitstoot met een kracht die zeker vijf keer groter is dan wat ooit is waargenomen. Quasars zijn de extreem heldere kernen van sterrenstelsels, die door superzware zwarte gaten worden aangedreven. Veel quasars stoten kolossale hoeveelheden materie uit, en deze uitstoot speelt een sleutelrol bij de evolutie van sterrenstelsels.
Een internationaal team van astronomen heeft met behulp van de Hubble en Spitzer ruimtetelescopen het verste sterrenstelsel tot nu toe ontdekt. Het sterrenstelsel bevindt zich op een afstand van 13,3 miljard jaar wat dus wil zeggen dat het 420 miljoen jaar na de oerknal is ontstaan. Het licht van dit sterrenstelsel heeft er dus 13,3 miljard jaar over gedaan om ons te bereiken.
Met behulp van ESO’s Very Large Telescope en de Canada-France-Hawaii Telescope hebben astronomen een hemellichaam ontdekt dat zeer waarschijnlijk een planeet is die zonder moederster door de ruimte zwerft. Dit is de spannendste solitaire planeetkandidaat tot nu toe. Met een afstand van ongeveer honderd lichtjaar staat hij betrekkelijk dichtbij, en doordat er in zijn omgeving geen heldere ster te bekennen is, heeft het onderzoeksteam zijn atmosfeer nauwkeurig kunnen onderzoeken.
Sterrenkundigen hebben een nieuwe zogenaamde 'superaarde' ontdekt die volgens de ontdekkers zich in de leefbare zone bevindt rond zijn moederster. Superaardes zijn planeten die iets groter zijn dan de Aarde. De bijzondere exoplaneet draait rondom de ster HD 40307 en maakt deel uit van een planetenstelsel van zes planeten. Wat de superaarde nog meer doet opvallen is dat deze zich 'slechts' op een afstand van 42 lichtjaar van de Aarde bevindt. In de sterrenkunde is dit 'vlakbij'.
Astronomen die gebruik maken van ESO’s Very Large Telescope hebben in een van de meest opvallende planetaire nevels een om elkaar cirkelend sterrenpaar ontdekt. Deze ontdekking bevestigt een veelbesproken theorie over het symmetrische karakter van het materiaal dat de ruimte in wordt geslingerd. Het resultaat wordt op 9 november 2012 in het tijdschrift Science gepubliceerd.
In maart 1840 maakte de Amerikaanse chemicus John William Draper (1811-1882) de allereerste astrofoto. Het object was de Maan en hij gebruikte een 13 cm reflector (spiegelkijker) met 20 minuten fotografische belichtingstijd, een technische uitvinding van de Franse wetenschappers Joseph Nicéphore Niépce (1765-1833) en Louis Daguerre (1787-1851) aan het eind van de jaren 1820.

Lancering vanop de Cape Canaveral lanceerbasis in Florida van de Amerikaanse ruimtesonde New Horizons. Dit is de eerste missie van een ruimtesonde naar de dwergplaneet Pluto. Eind februari 2007 bereikte New Horizons de planeet Jupiter waarbij de ruimtesonde gebruik kon maken van een zwaartekrachtslinger. Op 8 juni 2008 vloog New Horizons de omloopbaan van de planeet Saturnus voorbij en op 18 maart 2011 de baan van de planeet Uranus. In juli 2015 moet het ruimtetuig uiteindelijk aankomen bij Pluto en zijn manen. Aan boord van de sonde bevindt zich een deel van de as van de ontdekker van Pluto, Clyde Tombaugh. Foto: NASA
Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.