Sterrenstelsels beginnen te ‘sterven’ wanneer ze stoppen met het vormen van nieuwe sterren, maar tot nu toe was het begin van dit proces bij een ver sterrenstelsel nog nooit duidelijk gezien. Met behulp van de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA), waarin de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) een partner is, hebben astronomen nu een sterrenstelsel waargenomen dat bijna de helft van zijn sterren-vormende gas heeft uitgestoten. De lozing van gas voltrekt zich verrassend snel: met het equivalent van 10.000 zonnen per jaar. Het onderzoeksteam denkt dat deze spectaculaire ontwikkeling in gang is gezet door een botsing met een ander sterrenstelsel.
Een internationaal team van onderzoekers met Nederlandse sterrenkundigen heeft met waarnemingen en modellen laten zien dat de tot nu toe slecht begrepen grote verscheidenheid in de structuur van sterrenwinden komt door begeleidende sterren of door grote exoplaneten. De onderzoekers publiceren hun bevindingen in het vakblad Science.
Een internationaal team van astronomen heeft vandaag de ontdekking bekendgemaakt van een zeldzaam molecuul, fosfine, in de wolken van Venus. Op aarde wordt dit gas alleen geproduceerd door de industrie of door micro-organismen die in zuurstofvrije milieus gedijen. Astronomen speculeren al tientallen jaren over de mogelijkheid dat hoge wolken op Venus een broedplaats kunnen zijn van micro-organismen die het snikhete planeetoppervlak vermijden, maar wel bestand moeten zijn tegen een zeer hoge zuurgraad. De detectie van fosfine zou erop kunnen wijzen dat dit buitenaardse ‘luchtleven’ echt bestaat.
Astronomen die gebruikmaken van de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA), waar de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) partner in is, hebben een extreem ver en dus zeer jong sterrenstelsel ontdekt dat verrassend veel op onze Melkweg lijkt. Het stelsel is zo ver weg dat zijn licht er meer dan 12 miljard jaar over heeft gedaan om ons te bereiken: we zien het zoals het was toen het heelal nog maar 1,4 miljard jaar oud was. Het is ook verrassend ordelijk, wat in strijd is met de theorie dat alle sterrenstelsels in het vroege heelal turbulent en instabiel waren. Deze onverwachte ontdekking stelt ons begrip van hoe sterrenstelsels ontstaan op de proef en levert nieuwe inzichten op over het verleden van ons heelal.
Fosfor, een bestanddeel van ons DNA en van celmembranen, is een essentieel element voor leven zoals wij dat kennen. Maar hoe het op de jonge aarde is terechtgekomen is enigszins raadselachtig. Met de vereende krachten van ALMA en ESA-ruimtesonde Rosetta hebben astronomen nu getraceerd hoe het fosfor van stervormingsgebieden in kometen belandt. Hun onderzoek laat voor het eerst zien waar fosforhoudende moleculen ontstaan, hoe dit element door kometen wordt meegenomen en hoe een bepaald molecuul een cruciale rol kan hebben gespeeld bij het ontstaan van leven op onze planeet.
Astronomen hebben met behulp van ALMA een zeer gedetailleerde opname gemaakt van twee schijven waarin zich jonge sterren aan het vormen zijn. De stellaire tweeling wordt gevoed door een ingewikkeld gevormd netwerk van filamenten van gas en stof. De waarnemingen van dit opmerkelijke fenomeen werpen nieuw licht op de vroegste levensfasen van sterren en helpen astronomen ontdekken onder welke omstandigheden dubbelsterren geboren worden.
Aan de hand van waarnemingen met ALMA en gegevens van de MUSE-spectrograaf van ESO’s Very Large Telescope is een kolossale fontein van moleculair gas ontdekt, die wordt aangedreven door een zwart gat in het helderste sterrenstelsel van de cluster Abell 2597. De volledige galactische cyclus van instroom en uitstroom die zo’n enorme kosmische fontein aandrijft is nooit eerder binnen één stelsel waargenomen. Op slechts één miljard lichtjaar van ons vandaan, in de nabije cluster die bekendstaat als Abell 2597, bevindt zich een reusachtige galactische fontein. In het hart van een van de stelsels in deze cluster is een enorme straal van koud moleculair gas waargenomen die de ruimte in spuit en vervolgens als een intergalactische stortbui op het zwarte gat neerregent.
Astronomen die gebruik maken van ALMA en NOEMA hebben voor het eerst met zekerheid een radioactief molecuul in de interstellaire ruimte gedetecteerd. Het radioactieve deel van het molecuul is een isotoop van aluminium. De waarnemingen laten zien dat de isotoop na de botsing tussen twee sterren, waarbij een restant achterbleef dat CK Vulpeculae wordt genoemd, over de ruimte is verspreid. Dit is de eerste keer dat dit element rechtstreeks is aangetoond bij een specifiek object.
Twee teams van astronomen die met ALMA werken, hebben onafhankelijk van elkaar, overtuigend bewijs gevonden dat er om de jonge ster HD 163296 drie planeten-in-wording cirkelen. Met behulp van een nieuwe planeetopsporingstechniek hebben de astronomen drie verstoringen in de gasrijke schijf rond de ster opgespoord: het sterkste bewijs tot nu toe dat zich daar planeten bevinden. Ze worden beschouwd als de eerste planeten die met ALMA zijn ontdekt. De Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) heeft een omwenteling veroorzaakt in ons begrip van protoplanetaire schijven – de met gas en stof gevulde ‘planeetfabrieken’ rond jonge sterren.
Astronomen hebben met behulp van ALMA en de VLT ontdekt dat zowel starburststelsels in het vroege heelal als een stervormingsgebied in een nabij sterrenstelsel naar verhouding veel meer zware sterren bevatten dan kalmere sterrenstelsels. Deze ontdekkingen trekken de bestaande ideeën over hoe sterrenstelsels zijn geëvolueerd in twijfel en veranderen ons begrip van de stervormingsgeschiedenis van het heelal en de vorming van chemische elementen.

Lancering vanop de Cape Canaveral lanceerbasis in Florida het Amerikaanse onbemande ruimtetuig Gemini 2. Dit was de tweede missie uit NASA's Gemini ruimteprogramma dat de opvolger was het Mercury programma dat Amerika's eerste bemande ruimteprogramma was. Na 18 minuten en 16 seconden was deze testvlucht afgelopen. Doel van de onbemande Gemini 2 testvlucht was het testen van het hitteschild van de nieuwe Gemini ruimtecapsule die plaats bood aan twee astronauten. Na de Gemini 2 testvlucht werd deze ruimtecapsule opnieuw opgelapt en in november 1966 een tweede keer gelanceerd in het kader van het militaire ruimteprogramma Manned Orbiting Laboratory (MOL). Foto: NASA
Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.