Ruimtevoedsel is vandaag de dag een zeer belangrijk onderdeel geworden in het succes van het overleven aan boord van een ruimtetuig of ruimtestation. Zo kunnen ruimtevaarders pas echt goed leven en werken in de ruimte wanneer ze worden voorzien van het gepaste voedsel. Helaas is eten en drinken in een gewichtloze omgeving niet gemakkelijk aangezien kruimels en druppels water voor onherstelbare schade kunnen zorgen. Gelukkig is er op culinair vlak voor ruimtevaarders de laatste jaren zeer veel veranderd waardoor men nu keuze heeft uit tal van maaltijden die op verschillende manieren kunnen worden opgediend.
In ruimtevaartkringen spreekt men niet van een ruimtewandeling maar van een 'Extra-vehicular activity' (EVA). Deze activiteit vindt plaats in een baan om de Aarde (of daarbuiten) en buiten de ruimtecapsule of een ruimtestation. De handelingen tijdens een EVA zien er meestal zeer vredig uit maar behoren tot de meest avontuurlijke en gevaarlijkste taken die een ruimtevaarder ooit moet uitvoeren aangezien de astronaut of kosmonaut enkel maar een ruimtepak aanheeft dat hem moet beschermen tegen ondermeer alle vijandige stralingen uit de kosmos of de impact van een klein stukje ruimteafval. Desondanks de vele risico's die gepaard gaan met een EVA zijn dee niet meer weg te denken uit de ruimtevaart en hebben ze een zeer belangrijke rol gespeeld in de bouw van het internationale ruimtestation ISS.
De Joint Airlock, ook wel 'Quest' genoemd wordt, werd speciaal ontworpen om bemanningsleden aan boord van het internationale ruimtestation ISS de kans te geven zich buiten het ruimtestation te begeven tijdens ruimtewandelingen. Voor deze kleine module werd vastgemaakt aan het ISS konden ruimtevaarders enkel maar een ruimtewandeling uitvoeren vanuit de Russische Zvezda module of vanuit een Amerikaans ruimteveer. Dankzij de Joint Airlock kunnen nu zowel Amerikaanse alsook Russische ruimtevaarders zich buiten het ruimtestation begeven door middel van één speciale luchtsluis.
Proteus is de tweede grootste maan van Neptunus en werd in 1989 ontdekt door Stephen P. Synnot en Bradford Smith die foto’s bestudeerde die gemaakt werden door de Amerikaanse ruimtesonde Voyager 2. Ondanks het feit dat deze maan niet veel groter is dan die andere Neptunusmaan Nereide werd Proteus pas heel laat ontdekt aangezien dit object zeer donker is en zich heel dicht bij Neptunus bevindt. Deze maan heeft, in tegenstelling tot vele andere manen, geen mooie ronde vorm en heeft een gemiddelde diameter van ongeveer 418 kilometer.
Titania werd in 1787 ontdekt door de Britse astronoom William Herschel en werd vernoemd naar de koningin uit William Shakespeare’s werd 'A Midsummer Night's Dream'. Met een diameter van 1 578 kilometer is Titania de grootste maan van Uranus en deze bevindt zich op een afstand van 436 270 kilometer van deze planeet. In 1986 bracht de Amerikaanse ruimtesonde Voyager 2 en deze maakte op dat moment foto’s van het zuidelijk halfrond van Titania. Tot op heden is al onze kennis over deze natuurlijke satelliet van Uranus gebaseerd op de foto’s van de Voyager 2 en kunnen we vaststellen dat Titania voor 50% bestaat uit waterijs, 30% gesteenten en 20% methaanverbindingen.
Ariel is de twaalfde maan van Uranus en werd in 1851 ontdekt door de Britse astronoom William Lassell. De naam “Ariel” is afkomstig uit William Shakespeare’s werk 'The Tempest' waar het de naam van een gevaarlijke geest was. Deze Uranus maan heeft een diameter van 1 158 kilometer en werd in 1986 bezocht door de Amerikaanse ruimtesonde Voyager 2 die tot op heden nog steeds de enigste gedetailleerde foto’s maakte van dit hemellichaam.
Op 9 december 1965 werd door duizenden inwoners boven zes staten van Amerika een gigantische vuurbal opgemerkt en kwamen verscheidene metalen brokstukken neer boven Michigan en het noorden van de staat Ohio. Volgens de eerste geruchten zou het gegaan hebben om een meteoor maar inwoners van het kleine stadje Kecksburg, dat gelegen is op ongeveer 45 kilometer van Pennsylvania, beweerden dat een object zou neergekomen zijn in een dichtbij gelegen bos.
Het Langley Research Center van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA is het oudste NASA onderzoekscentrum en is gelegen in de staat Virginia. In dit centrum wordt vooral onderzoek verricht op vlak van ruimtevaart en luchtvaart. Zo werd hier in het verleden de eerste Apollo maanlander getest. Het Langley Research Center werd in 1917 opgericht door de National Advisory Committee for Aeronautics (NACA). Twee derde van al de activiteiten die hier plaatsvinden, zijn gelinkt aan de ruimtevaart. De overige aan ruimteonderzoek en de luchtvaart. Voor het ruimtevaarttijdperk werden hier vooral vliegtuigen getest op het verbeteren van de aërodynamica en het gewicht. Tussen 1958 en 1963 was deze faciliteit ook het hoofdcentrum van het 'Man in space' programma van Amerika waarmee men de eerste Amerikaan in de ruimte probeerde te brengen door middel van het Mercury programma.
Het Amerikaanse Goddard Space Flight Center (GSFC) is één van de belangrijkste en grootste onderzoekscentra van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA en werd in 1959 opgericht als NASA's eerste ruimtevaartcentrum. Vandaag de dag werken er in dit instituut ongeveer 10 000 mensen. Het GSFC is gelegen op enkele kilometers van Washington D.C. in de staat Maryland. Dit reusachtig ruimtevaartcentrum is eveneens de grootste Amerikaanse verzamelplaats waar wetenschappers en ingenieurs zowel onze planeet, ons zonnestelsel alsook ons melkwegstelsel bestuderen.
De Gemini 3 ruimtevlucht was de eerste bemande ruimtemissie uit het Amerikaanse Gemini ruimteprogramma en was eveneens de 9de bemande Amerikaanse ruimtevlucht. De Gemini 3 ruimtecapsule kreeg de bijnaam “Molly Brown”. De crew bestond uit gezagvoerder Virgil I. Grissom, die eerder al een ruimtevlucht maakte tijdens het Mercury programma, en astronaut/piloot John W. Young die op dat moment nog geen ervaring had met ruimtevluchten. Young zou de eerste Amerikaan in de ruimte worden die geen deel uitmaakte van de oorspronkelijke Mercury 7 astronauten.

Lancering vanop de Cape Canaveral lanceerbasis in Florida van de Amerikaanse ruimtesonde New Horizons. Dit is de eerste missie van een ruimtesonde naar de dwergplaneet Pluto. Eind februari 2007 bereikte New Horizons de planeet Jupiter waarbij de ruimtesonde gebruik kon maken van een zwaartekrachtslinger. Op 8 juni 2008 vloog New Horizons de omloopbaan van de planeet Saturnus voorbij en op 18 maart 2011 de baan van de planeet Uranus. In juli 2015 moet het ruimtetuig uiteindelijk aankomen bij Pluto en zijn manen. Aan boord van de sonde bevindt zich een deel van de as van de ontdekker van Pluto, Clyde Tombaugh. Foto: NASA
Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.