De Amerikaanse Mars Pathfinder ruimtemissie ging op 4 december 1996 van start doordat vanop de Cape Canaveral lanceerbasis in Florida een 870 kilogram zwaar ruimtetuig in de ruimte gebracht werd dat aan boord het eerste Amerikaanse Marswagentje had. Deze lancering vond een maand na de Mars Global Surveyor lancering plaats. Na een reis van 7 maanden kwam de Mars Pathfinder met succes aan bij de planeet Mars waar het op 4 juli 1997 een zachte landing op maakte. Dit was de tweede missie uit het Discovery programma van het Amerikaanse ruimtevaartagentschap NASA.
De Amerikaanse ruimtesonde Mars Observer was het eerste ruimtetuig in meer dan 20 jaar dat door het Amerikaanse ruimtevaartagentschap NASA naar de planeet Mars werd gestuurd. Deze sonde had als belangrijkste taken het klimaat, de atmosfeer, de samenstelling en het magnetisch veld van deze planeet te onderzoeken. Op 25 september 1992 werd de Mars Observer probleemloos in de ruimte gebracht maar drie dagen voor deze Marsverkenner zich in een baan om de rode planeet zou begeven, verloor de vluchtleiding op 21 augustus 1993 alle contact met de sonde en werd de communicatie nooit meer hersteld. Voor het Amerikaanse ruimtevaartagentschap was dit verlies een grote klap en tot op heden is oorzaak van dit verlies nog steeds onbekend.
Naast de Mars Climate Orbiter maakte de Mars Polar Lander eveneens deel uit van het Amerikaanse Mars Surveyor '98 ruimteprogramma van de NASA. Deze missie had als belangrijkste doel een tuig te laten landen in het Zuidelijke poolgebied van de planeet Mars waar de lander tal van atmosferische en meteorlogische onderzoeken zou uitvoeren om op deze manier meer te leren over het klimaat op Mars. Net als de Mars Climate Orbiter ging ook de Mars Polar Lander verloren toen deze aankwam bij de rode planeet door een nog onbekende reden. Het verlies van beide ruimtetuigen zorgde ervoor dat het Marsprogramma van het Amerikaanse ruimtevaartagentschap NASA in een diepe crisis terechtkwam.
Het gebruik van sterrenkundige apparatuur aan boord van vliegtuigen stamt uit de jaren 1920 en richtte zich uitsluitend op zonnewaarnemingen. De voordelen van het inzetten van vliegtuigen voor zonsverduisteringen zijn legio; waarnemingen boven de wolken op de gewenste geografische locatie, langere tijd in de schaduw van een verduistering vertoeven en waarnemen met infrarood telescopen boven de vochtigste lagen van de troposfeer.
In november 1961 was de Sovjet-Unie er al in geslaagd om twee mensen in de ruimte te brengen met hun Vostok ruimteprogramma terwijl Amerika nog niet eens een chimpansee in de ruimte had kunnen krijgen. Hierdoor werd de druk op het bemande Amerikaanse Mercury ruimteprogramma steeds groter en besliste de NASA om tijdens de eerstvolgende testvlucht een aapje te gebruiken als bemanningslid alvorens een mensenleven op het spel te zetten. Uiteindelijk ging de Mercury-Atlas 5 missie op 29 november 1961 van start en maakte de chimpansee Enos probleemloos twee omwentelingen om de Aarde waarna hij een zachte landing maakte voor de kust van Puerto Rico. Na deze geslaagde testvlucht besliste de NASA uiteindelijk om één van zijn 7 eerste astronauten in te zetten voor de volgende Mercury ruimtemissie waarbij de eerste Amerikaan de ruimte zou ingaan.
De Gemini 9A missie zal wellicht de geschiedenis in gaan als één van de meest besproken en bewogen bemande ruimtemissie uit het Amerikaanse Gemini ruimtevaartprogramma. Vier maanden voor de Gemini 9 ruimtecapsule zou gelanceerd worden, kwamen de astronauten voor deze missie, Elliot See en Charles Basset, op 28 februari 1966 om het leven toen hun T-38 straalvliegtuig het dak van een hangar raakte waarin zich ironisch genoeg de Gemini 9 ruimtecapsule op dat moment bevond. Door dit tragische ongeval werden reserveastronauten Tom Stafford en Eugene Cernan opgeroepen om de plaats in te nemen van hun verongelukte collega's.
De Gemini 10 ruimtemissie was de 14de Amerikaanse bemande ruimtemissie en ging van start op 21 juli 1966. Aan boord van deze 10de Gemini ruimtevlucht bevonden zich de astronauten John Young en Michael Collins. Voor Young was dit na zijn Gemini 3 ruimteavontuur zijn tweede missie. Honderd minuten voor de Gemini 10 ruimtecapsule gelanceerd werd met de twee astronauten aan boord van op lanceercomplex 19 op de Cape Canaveral lanceerbasis, werd vanop een ander lanceerplatform de 299ste Amerikaanse Atlas raket gelanceerd waarvan de Agena rakettrap zou gebruikt worden door de Gemini 10 astronauten om met te koppelen.
Gemini 2 was de tweede missie uit het Amerikaanse Gemini ruimteprogramma maar was net als de Gemini 1 missie een onbemande testvlucht waarbij men ditmaal het hitteschild van de Gemini ruimtecapsule en de Titan II draagraket uitvoerig wou testen. Op 19 januari 1965 werd de tweede Gemini ruimtecapsule met succes gelanceerd. Ondanks het feit dat de vlucht slechts 18 minuten en 16 seconden duurde, slaagden de raket en de ruimtecapsule in hun missie en kon het Amerikaanse ruimtevaartagentschap NASA zich nu voorbereiden op de eerste bemande Gemini ruimtevlucht.
Op 12 september 1966 ging de 9de bemande Gemini ruimtevlucht van start. Aan boord van de Gemini 11 ruimtecapsule bevonden zich astronauten Pete Conrad en Richard Gordon. Voor Gordon was dit al de tweede ruimtevlucht uit het Gemini ruimteprogramma. Deze 17de bemande Amerikaanse ruimtemissie (inclusief de X-15 vluchten) zou vooral in het teken staan van het samenvliegen en koppelen van een Gemini ruimtecapsule met een Agena rakettrap zodat deze technieken later konden gebruikt worden tijdens de Apollo maanmissies. Daarnaast zou men tijdens deze ruimtemissie opnieuw experimenten en onderzoek verrichten op vlak van ruimtewandelingen en werkzaamheden buiten de ruimtecapsule.
De Amerikaanse Gemini 12 bemande ruimtemissie was de laatste missie uit het Gemini ruimteprogramma en was tevens ook de 18de bemande Amerikaanse ruimtevlucht (X-15 vluchten inbegrepen). Aan boord van de bemande Gemini ruimtecapsule bevonden zich astronauten Jim Lovell en Edwin Aldrin. Voor Lovell was dit al de tweede Gemini ruimtevlucht. Tijdens de vorige Gemini ruimtevluchten onderzocht het Amerikaanse ruimtevaartagentschap NASA intensief of het mogelijk was om twee ruimtetuigen met elkaar te koppelen in een baan om de Aarde en of het mogelijk was dat astronauten buiten hun ruimtecapsule werkzaamheden konden uitvoeren.

Lancering vanop de Cape Canaveral lanceerbasis in Florida het Amerikaanse onbemande ruimtetuig Gemini 2. Dit was de tweede missie uit NASA's Gemini ruimteprogramma dat de opvolger was het Mercury programma dat Amerika's eerste bemande ruimteprogramma was. Na 18 minuten en 16 seconden was deze testvlucht afgelopen. Doel van de onbemande Gemini 2 testvlucht was het testen van het hitteschild van de nieuwe Gemini ruimtecapsule die plaats bood aan twee astronauten. Na de Gemini 2 testvlucht werd deze ruimtecapsule opnieuw opgelapt en in november 1966 een tweede keer gelanceerd in het kader van het militaire ruimteprogramma Manned Orbiting Laboratory (MOL). Foto: NASA
Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.