Astronomen die gebruikmaken van de VISTA-telescoop van de ESO-sterrenwacht op Paranal hebben een tot nu toe onbekend onderdeel van de Melkweg ontdekt. Door de posities in kaart te brengen van een klasse van veranderlijke sterren die cepheïden worden genoemd, is een schijf van jonge sterren opgespoord die verscholen zit achter dichte stofwolken in de centrale ‘bult’ van de Melkweg.
Het rijke sterrenveld op deze nieuwe opname, gemaakt met de Wide Field Imager-camera van de 2,2-meter telescoop van de ESO-sterrenwacht op La Silla in Chili, wordt bijna aan het zicht onttrokken door donkere vegen. Deze inktzwarte gebiedjes maken deel uit van een enorme donkere nevel die bekendstaat als de Kolenzak – een van de opvallendste objecten in zijn soort. Over miljoenen jaren zullen talrijke jonge sterren de Kolenzak laten gloeien, ongeveer zoals de fossiele brandstof waarnaar hij is genoemd.
Een internationaal team van astronomen dat meer dan 200 000 sterrenstelsels onderzoekt, heeft – nauwkeuriger dan ooit tevoren – de energie gemeten die binnen een groot stuk ruimte wordt gegenereerd. Dat heeft geresulteerd in de meest complete schatting van de energieproductie van het nabije heelal. Het resultaat bevestigt dat een stuk heelal nu nog maar ongeveer half zoveel energie produceert als twee miljard jaar geleden.
Astronomen hebben voor het eerst laten zien hoe de stervorming in ‘dode’ sterrenstelsels miljarden jaren geleden sputterend ten einde kwam. Met behulp van ESO’s Very Large Telescope en de Hubble-ruimtetelescoop van NASA en ESA hebben zij ontdekt dat er in de buitendelen van deze stelsels nog steeds sterren werden geproduceerd, maar in de binnendelen niet meer. Het stilvallen van de sterproductie lijkt dus in de kern te zijn begonnen en heeft zich vervolgens naar buiten toe verspreid.
Mogelijk is voor het eerst waargenomen hoe donkere materie, anders dan via de zwaartekracht, andere donkere materie beïnvloedt. Waarnemingen van botsende sterrenstelsels, verricht met ESO’s Very Large Telescope en de Hubble-ruimtetelescoop van NASA en ESA, hebben de eerste intrigerende aanwijzingen opgeleverd over de aard van deze mysterieuze component van het heelal.
Dit spectaculaire landschap in het zuidelijke sterrenbeeld Altaar bevat een schat aan hemelobjecten. In het gebied, dat ongeveer 4 000 lichtjaar van de aarde is verwijderd, zijn tal van sterrenhopen, emissienevels, actieve stervormingsgebieden en andere kosmische juwelen te vinden. Deze schitterende nieuwe foto, verkregen met de VLT Survey Telescope van de ESO-sterrenwacht op Paranal (Chili), is de meest detailrijke opname die tot nu toe van dit hemelgebied is gemaakt.
Volgens nieuwe onderzoeksresultaten, die op 5 maart 2015 online in het tijdschrift Science worden gepubliceerd, was er ooit een primitieve oceaan op Mars die meer water bevatte dan de Noordelijke IJszee, en een groter deel van het planeetoppervlak besloeg dan de Atlantische Oceaan op aarde.
Astronomen die gebruik maken van ESO-faciliteiten en telescopen op de Canarische Eilanden hebben twee verrassend zware sterren ontdekt in het hart van de planetaire nevel Henize 2-428. De twee om elkaar draaiende sterren zullen elkaar naar verwachting steeds dichter naderen. En wanneer ze over ongeveer 700 miljoen jaar met elkaar samensmelten, bevatten ze genoeg materie om een enorme supernova-explosie te veroorzaken. Deze resultaten verschijnen op 9 februari 2015 online in het tijdschrift Nature.
Een nieuwe opname, gemaakt met ESO’s surveytelescoop VISTA, plaatst de beroemde Trifidnevel in een nieuw, spookachtig licht. Door waarnemingen te doen in het infrarood kunnen astronomen dwars door de stofrijke centrale delen van de Melkweg heen kijken en objecten ontdekken die eerder onopgemerkt bleven.
Op deze nieuwe opname van ESO’s Very Large Telescope komt de komeetglobule CG4 over als de wijd opengesperde muil van een reusachtig kosmisch monster. Hoewel hij op de foto groot en helder lijkt, is dit eigenlijk een zwakke nevel, die voor amateur-astronomen maar moeilijk te herkennen is. De precieze aard van CG4 blijft een mysterie. In 1976 werden op foto’s, genomen met de UK Schmidt Telescope in Australië, verscheidene langwerpige komeet-achtige objecten ontdekt.

Lancering vanop de Cape Canaveral lanceerbasis in Florida het Amerikaanse onbemande ruimtetuig Gemini 2. Dit was de tweede missie uit NASA's Gemini ruimteprogramma dat de opvolger was het Mercury programma dat Amerika's eerste bemande ruimteprogramma was. Na 18 minuten en 16 seconden was deze testvlucht afgelopen. Doel van de onbemande Gemini 2 testvlucht was het testen van het hitteschild van de nieuwe Gemini ruimtecapsule die plaats bood aan twee astronauten. Na de Gemini 2 testvlucht werd deze ruimtecapsule opnieuw opgelapt en in november 1966 een tweede keer gelanceerd in het kader van het militaire ruimteprogramma Manned Orbiting Laboratory (MOL). Foto: NASA
Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.