Foto: David Dayag (Wikipedia)

Wanneer we met het blote oog naar de nachtelijke hemel kijken, zien we een tapijt van sterren, soms onderbroken door donkere banen in de Melkweg of vage vlekjes die oplichten. Met een telescoop en lange belichtingstijden verschijnt er echter een ander universum: een kosmos vol kleurrijke wolken, grillige vormen en lichtende sluiers. Dit zijn nevels, gigantische wolken van gas en stof die behoren tot de mooiste en meest mysterieuze objecten in de astronomie.

Kraamkamers van sterren

In de astronomie is een nevel een uitgestrekte wolk van interstellair gas en stof. Hun omvang is indrukwekkend: sommige nevels zijn tientallen tot honderden lichtjaren groot. Hoewel ze extreem ijl zijn, veel minder dicht dan de beste vacuümkamers op aarde, bevatten ze door hun enorme afmetingen toch genoeg massa om sterren en planeten te vormen. Nevels zijn vaak de kraamkamers van sterren: hier trekken dichte gaswolken samen onder invloed van zwaartekracht, wat uiteindelijk leidt tot de geboorte van nieuwe sterren. Maar ze kunnen ook het resultaat zijn van sterren die sterven, zoals bij planetaire nevels of supernovarestanten.

Nevels bestaan voornamelijk uit:

  • Waterstofgas: het meest voorkomende element in het heelal, en de basisgrondstof voor stervorming.
  • Helium en zwaardere elementen: zoals zuurstof, stikstof en koolstof, vaak in kleine hoeveelheden.
  • Kosmisch stof: kleine deeltjes van silicaten, koolstof en ijs, die licht absorberen en verstrooien. 

Het licht en de kleur die we zien, hangen af van hoe deze stoffen reageren op straling van nabijgelegen sterren.

De ontdekking van nevels

De eerste waarnemingen van nevels gaan terug tot de 17e en 18e eeuw. Astronomen zoals Charles Messier en William Herschel catalogiseerden vage vlekken die geen duidelijke sterren waren. Messier noteerde ze vooral om verwarring met kometen te voorkomen. Pas in de 19e eeuw, met de uitvinding van de spectroscopie, werd duidelijk dat veel van deze nevels geen sterrenstelsels waren, maar gaswolken. Anderen, zoals de Andromedanevel, bleken juist enorme sterrenstelsels buiten de Melkweg te zijn. Het duurde dus even voordat astronomen een goed beeld kregen van wat een nevel precies is.

Soorten nevels

Astronomen onderscheiden verschillende soorten nevels, afhankelijk van hun oorsprong en uiterlijk:

  • Emissienevels
    Dit zijn gaswolken die zelf licht uitstralen doordat jonge, hete sterren het gas ioniseren. Het bekendste voorbeeld is de Orionnevel (M42). Emissienevels zijn vaak roodachtig van kleur door het gloeiende waterstof.
  • Reflectienevels
    Deze nevels lichten niet zelf op, maar weerkaatsen het licht van nabijgelegen sterren. Vaak hebben ze een blauwige gloed, zoals de nevel rond de Plejaden.
  • Absorptienevels (donkere nevels)
    Dit zijn dichte wolken die het licht van achterliggende sterren blokkeren. Ze verschijnen als zwarte silhouetten tegen de Melkweg. De Paardenkopnevel is een beroemd voorbeeld.
  • Planetaire nevels
    Ontstaan wanneer een ster zoals de zon aan het einde van haar leven haar buitenlagen afstoot. De hete kern laat het gas oplichten, zoals in de Ringnevel (M57).
  • Supernovarestanten
    Wanneer een zware ster als supernova ontploft, slingert zij enorme hoeveelheden gas en stof de ruimte in. Dit vormt kleurrijke nevels zoals de Krabnevel (M1).

Populair bij amateur-astronomen

Voor veel amateur-astronomen behoren nevels tot de meest fascinerende objecten aan de nachtelijke hemel. Het idee dat je met een telescoop of zelfs met het blote oog enorme wolken van gas en stof kunt zien die zich soms tientallen lichtjaren ver uitstrekken, maakt het waarnemen extra bijzonder. Maar kun je ze als amateur-astronoom echt zien? Het antwoord is: ja, al hangt het sterk af van de omstandigheden en van het instrument dat je gebruikt.

Sommige nevels zijn zelfs zonder telescoop zichtbaar. De bekendste is de Orionnevel (M42), die al als een wazige vlek te zien is in het zwaard van Orion. Ook de Lagoonnevel (M8) in Boogschutter kan vanaf een donkere locatie worden waargenomen. Onder perfecte omstandigheden is zelfs de enorme maar zeer zwakke Noord-Amerikanevel in het sterrenbeeld Zwaan zichtbaar. Zulke objecten ogen weliswaar niet kleurrijk zoals op foto’s, maar hun subtiele gloed maakt indruk, zeker wanneer je bedenkt dat je kijkt naar een kosmische kraamkamer van sterren.

Met een verrekijker worden nevels al wat duidelijker. Een eenvoudige 7x50 of 10x50 verrekijker laat de Orionnevel in meer detail zien en maakt ook objecten als de Trifidnevel en de Lagoonnevel zichtbaar als kleine lichtvlekken. Rond de sterren van de Plejaden kan een blauwachtige reflectienevel tevoorschijn komen als de hemel donker genoeg is.

Een kleine telescoop van zo’n 10 tot 15 centimeter opening opent een geheel nieuwe wereld. Niet alleen worden de vormen van nevels beter zichtbaar, ook verschijnen er objecten die voor het blote oog onzichtbaar blijven. De Orionnevel toont structuren en het beroemde Trapezium van jonge sterren in zijn hart. Planetaire nevels zoals de Ringnevel (M57) worden zichtbaar als kleine rookringen, terwijl de Dumbbellnevel (M27) duidelijk zijn zandloperachtige vorm laat zien. Zelfs de Krabnevel, het restant van een supernova die in 1054 werd waargenomen, wordt als een diffuse wolk zichtbaar.

Met grotere telescopen, van 20 centimeter of meer, komen de fijne structuren echt tot leven. Donkere banen worden zichtbaar in de Lagoonnevel, en filamenten in de Krabnevel kunnen voorzichtig onderscheiden worden. Het gebruik van speciale filters – zoals een UHC-filter of een OIII-filter – kan emissienevels veel beter zichtbaar maken doordat ze storend licht blokkeren en alleen het kenmerkende licht van geïoniseerde gassen doorlaten. Grote, zwakke nevels zoals de Veilnevel in het sterrenbeeld Zwaan zijn zonder zo’n filter vaak moeilijk, maar met filter en breedhoek-oculair prachtig waar te nemen.

Voor succesvolle waarnemingen van nevels is een donkere hemel cruciaal. Lichtvervuiling maakt deze zwakke objecten vaak vrijwel onzichtbaar. Daarnaast is geduld belangrijk: je ogen moeten zeker twintig minuten aan de duisternis wennen. Gebruik daarom nooit fel wit licht, maar een roodlampje.

Foto: AstroBackyard

Kris Christiaens

K. Christiaens

Medebeheerder & hoofdredacteur van Spacepage.
Oprichter & beheerder van Belgium in Space.
Ruimtevaart & sterrenkunde redacteur.

Dit gebeurde vandaag in 1974

Het gebeurde toen

Vanop de Vandenberg lanceerbasis in Californië wordt de Astronomische Nederlandse Satelliet (ANS) in de ruimte gebracht. Deze Nederlandse astronomische satelliet werd uitgerust met drie wetenschappelijke instrumenten waarmee in twintig maanden tijd een groot gedeelte van de hemel in kaart werd gebracht in het ultraviolette en röntgendeel van het spectrum. Met behulp van ANS werd ondermeer röntgenstraling ontdekt afkomstig uit stercorona's en werden de eerste röntgenflitsen waargenomen.

Ontdek meer gebeurtenissen

Redacteurs gezocht

Ben je een amateur astronoom met een sterke pen? De Spacepage redactie is steeds op zoek naar enthousiaste mensen die artikelen of nieuws schrijven voor op de website. Geen verplichtingen, je schrijft wanneer jij daarvoor tijd vind. Lijkt het je iets? laat het ons dan snel weten!

Wordt medewerker

Steun Spacepage

Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.

Sociale netwerken