Artistieke impressie van de CoRoT ruimtetelescoop
Foto: CNES
De COnvection ROtation et Transits planétaires (CoRoT) missie was een Franse satelliet met diverse partners in Europa en Brazilië. Dit project had twee doelen: metingen verrichten in verband met asteroseismologie en speuren naar extrasolaire planeten. Het was de eerste satelliet die volledig is gewijd aan exoplaneten die overgangen uitvoeren en was een voorloper en testmissie voor onder andere Kepler en Darwin (die niet zal gelanceerd worden, studiefase eindigde in 2007).
In februari 1994 ontstond het plan. In december 1996, na de bekendmaking van de ontdekking van de eerste exoplaneet rond een hoofdreeksster (51 Pegasi b in oktober 1995), werd CoRoT voorgesteld bij het Franse ruimtevaartagentschap Centre National d'Etude Spatiales (CNES). In september 1999 begon de zoektocht naar Europese partners. In maart 2000 gaf het CNES groen licht voor de bouw. De Europese ruimtevaartorganisatie ESA besliste in oktober 2000 een bedrag van 2 miljoen euro te investeren. Het CNES werkte samen met nationale en internationale partners uit Europa (België, Duitsland, Oostenrijk en Spanje) en Brazilië. Tot maart 2013 nam Frankrijk 75% van de kost van 170 miljoen euro op zich en de andere partners verdeelden de overige 25%. De lancering werd op 27 december 2006 uitgevoerd vanaf de Bajkonoer kosmodroom in Kazachstan met een Russische Soyuz-Fregat-raket. De massa was 630 kg, waarvan 300 kg aan instrumenten. Hij had een lengte van 4,1 m en een diameter van 1,98 m. De satelliet bevond zich in een polaire baan op circa 896 km boven het aardoppervlak. Eén omloop duurde ongeveer 103 minuten.
Het inschakelen van de satelliet gebeurde op 2 januari 2007, first light (openen van de klep) was op 18 januari 2007 en de wetenschappelijke waarnemingen begonnen op 3 februari 2007. De satelliet keek loodrecht op het baanvlak en kon daardoor ongestoord tot 150 dagen hetzelfde hemelgebied in het oog houden (een long run). Tussen twee long runs zat telkens dertig dagen waarin andere gebieden werden bestudeerd, wat vooral het aantal bestudeerde sterren voor de asteroseismologie ten goede kwam. Na bijna een halve omloop van de Aarde om de Zon kwam laatstgenoemde de waarnemingen verstoren en keek CoRoT een half jaar de andere kant op. Daardoor kon CoRoT geen planeten met omlooptijden langer dan ongeveer 75 dagen detecteren, omdat er drie opeenvolgende overgangen zonder onderbreking moeten worden vastgelegd. Hoe langer een gebied kan bekeken worden, hoe kleiner de planeten die kunnen ontdekt worden en hoe langer hun omlooptijd kan zijn. Lang observeren vereiste een hoge mechanische stabiliteit. Na de panne van de eerste Data Processing Unit op 8 maart 2009, waardoor de helft van het beeldveld verloren ging, werd overgeschakeld op long runs van 90 dagen. Gelukkig werden één CCD voor asteroseismologie en één voor exoplaneten op één kanaal gezet en de andere twee op een andere, waardoor er na de panne voor elke taak nog één over bleef. Tijdens de noordelijke zomer observeerde CoRoT in het zuidelijk deel van de Slang en tijdens de winter in de Eenhoorn. Deze gebieden werden tussen 1998 en 2005 uitgekamd en vormden de COROTSKY-databank. Voor de exoplaneten puurde CoRoT hieruit duizenden dwergsterren van V-magnitude 11 tot 16 en voor de asteroseismologie honderden zeer verschillende soorten sterren gekozen tussen magnitude 6 en 9, meestal van spectraalklasse A, F en G. Na de eerste panne (2009) werd het aantal bestudeerde sterren gehalveerd en lagen de waarnemingen stil tot begin april 2009.
De satelliet wist na de geplande 2,5 jaar nog van geen ophouden: de missie werd in 2009 verlengd tot in 2010 en in 2012 tot 31 maart 2013. Een uitbreiding tot 2015 werd overwogen, maar werd onmogelijk door een ernstige panne op 2 november 2012. Een computerfout maakte het onmogelijk om nog wetenschappelijke gegevens van de telescoop te krijgen. Pogingen tot herstel werden op 24 juni 2013 gestaakt. De missie had uiteindelijk een wetenschappelijke levensduur van 70 maanden. Na vier maanden van technische experimenten werd de buitengebruikstelling ingezet in januari 2014. In december 2013 is inderhaast een ontwijkingsmanoeuver (om een botsing met ruimteschroot te vermijden) uitgevoerd. Het verlagen van de baan zal nog doorgaan tot in maart 2014. Daarna volgen nog wat testen en aan het eind van de lente van 2014 wordt hij waarschijnlijk definitief uitgeschakeld. Door de lagere baan waarin hij werd gebracht zal CoRoT op termijn opbranden in de atmosfeer.
Opvolging is mogelijk door diverse projecten waaronder de Amerikaanse Kepler (2009 - ), Transiting Exoplanet Survey Satellite (TESS – 2017), de James Web Space Telescope (oktober 2018) en Thirty Metre Telescope (Mauna Kea – 2018) en de Europese 42 m European-Extremely Large Telescope (E-ELT – Cerro Armazones, Chili – 2018) en de PLAnetary Transits and Oscillations of stars (PLATO, 2024). De ESA selecteerde PLATO als derde medium-class science mission op 19 februari 2014. De Leuvense hoogleraar Conny Aerts is de Belgische hoofdonderzoeker voor PLATO.
Malcolm Fridlund was CoRoT projectwetenschapper voor de ESA.
De instrumenten werden ontworpen en gebouwd bij het Laboratoire d'études spatiales et d'instrumentation en astrophysique (LESIA) van de Observatoire de Paris, het Laboratoire d'Astrophysique de Marseille, het Institut d'Astrophysique Spatiale (IAS) van Orsay, het Centre spatial de Liège (CSL) in België, het IWF in Oostenrijk, het Duitse DLR (Berlijn) en het ESA Research and Science Support Department. De telescoop COROTEL werd gemaakt door Alcatel Alenia Space in het Centre spatial de Cannes. Het CoRoT Mission Centre (CMC) was te vinden in Toulouse en het CoRoT Data Centre (CDC) in Meudon, beide in Frankrijk.
Ook Belgische bedrijven hadden een belangrijke inbreng in CoRoT: het Centre Spatial de Liège (CSL) testte het scherm en de sluiter van de telescoop. Dat scherm moest strooilicht tegenhouden. Verhaert Space (nu QinetiQ Space nv) kreeg de leiding over het industrieel contract. ESA-ingenieurs van het Directorate of Technical and Quality Management hielpen ingenieurs van Verhaert bij de structurele analyse, mechanische tests, de integratie en de bouw en quality engineering. Het lucht- en ruimtevaartbedrijf SONACA was in opdracht van het CNES verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het instrumentenplatform waarop zich onder andere de elektronica en temperatuurregeling bevond. Naast Belgische ruimtevaartbedrijven waren ook onderzoekers betrokken: van het Instituut voor Sterrenkunde van de KU Leuven, van de universiteit van Luik en de Koninklijke Sterrenwacht van België. Zij stonden ondermeer in voor waarnemingen en gegevensverwerking.
Bij de opbouw van de satelliet werd heel veel rekening gehouden met het voorkomen van strooilicht (van de Aarde) in de COROTEL. Het strooilicht van andere bronnen dan het waargenomen object moest een miljoen keer zwakker zijn dan licht van de waargenomen ster. Nooit eerder waren de eisen voor een dergelijke ruimtetelescoop zo streng. Daarom is bij het ontwerp van de telescoop een scherm voorzien dat moet verhinderen dat strooilicht het optisch systeem binnendringt. De baffle werkte voortreffelijk en strooilicht van de Aarde was verwaarloosbaar. Het European Space Research and Technology Center (ESTEC) was bij de ontwikkeling van dat scherm betrokken via het PROgramme de Développement d'EXperiences scientifiques (PRODEX), naast het CSL dat al werd vermeld.
De CoRoT satelliet ondergaat de laatste tests - Foto: CNES
De energie werd geleverd door twee zonnepanelen, die samen 530 Watt leverden.
De wetenschappelijke uitrusting bestond uit een 27-cm off-axis afocaal telescoop en twee camera’s. De telescoop werkte op golflengten van 370 tot 950 nanometer. In het brandpunt zaten vier CCD-detectoren die tegen straling worden beschermd door een aluminium schild van 1 cm. Elk beeldpunt van de CCDs heeft een afmeting van 13,5 vierkante micrometer. De bedrijfstemperatuur van de CCDs is -40°C. De twee CCDs voor asteroseismologie werkten 760 micrometer buiten focus om verzadiging door de helderste sterren te voorkomen. Een prisma voor de twee CCDs voor exoplaneten geeft een spectrum dat blauw licht meer verstrooit dan ander licht. Het prisma liet fotometrie in drie kleurbanden toe, waardoor helderheidsafnames in dubbelsterren konden onderscheiden worden van deze door overgangen door planeten. Daardoor konden 83% van de waarnemingen een planetaire oorsprong worden uitgesloten. De rest moet van op Aarde gecontroleerd worden door fotometrie (vereist telescopen van 1 tot 2 meter) en spectroscopie (vereist grote telescopen met nauwkeurige spectrografen). Overtuigende kandidaten werden ook waargenomen door de Spitzer Space Telescope.
Per dag werd ongeveer 1,5 Gb aan wetenschappelijke gegevens doorgestuurd. Het beeldveld voor de detectie van planeten was 3,5°.
Hierna volgen in twee grote blokken de voornaamste resultaten: eerst op het vlak van asteroseismologie en ander onderzoek aan sterren en dan op het vlak van exoplaneten.
Sterrenkunde redacteur
Specialist van sterrenkundige software
Lid Astro Event Group vzw
Lid Vereniging Voor Sterrenkunde (VVS)

Lancering vanop de Cape Canaveral lanceerbasis in Florida het Amerikaanse onbemande ruimtetuig Gemini 2. Dit was de tweede missie uit NASA's Gemini ruimteprogramma dat de opvolger was het Mercury programma dat Amerika's eerste bemande ruimteprogramma was. Na 18 minuten en 16 seconden was deze testvlucht afgelopen. Doel van de onbemande Gemini 2 testvlucht was het testen van het hitteschild van de nieuwe Gemini ruimtecapsule die plaats bood aan twee astronauten. Na de Gemini 2 testvlucht werd deze ruimtecapsule opnieuw opgelapt en in november 1966 een tweede keer gelanceerd in het kader van het militaire ruimteprogramma Manned Orbiting Laboratory (MOL). Foto: NASA
Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.