Wanneer we ’s nachts naar de sterren kijken, lijkt het heelal eindeloos. Toch stellen natuurkundigen en kosmologen steeds vaker de vraag: wat als ons universum niet het enige is? Dit idee, beter bekend als het multiversum, heeft de afgelopen decennia een grote rol gespeeld in de wetenschap én de populaire cultuur. Maar waar komt dit concept vandaan, wie waren de eerste denkers die het voorstelden, en hoe serieus moeten we het nemen?
Het woord multiversum komt van het Latijnse multi (veel) en universum (het geheel van alles). Letterlijk betekent het dus: “veelvoud van universa.” In plaats van één kosmos waarin alles zich afspeelt, zou er een oneindige reeks andere universa bestaan, elk met hun eigen natuurwetten, constanten, dimensies en misschien zelfs andere vormen van leven. Dit idee klinkt misschien als sciencefiction, maar het is diep geworteld in serieuze kosmologische en natuurkundige theorieën. Het multiversum is geen enkelvoudig concept; wetenschappers onderscheiden meerdere vormen van “meervoudige werkelijkheden,” afhankelijk van de theoretische invalshoek.
Het multiversum blijft een controversieel onderwerp. De grootste uitdaging is toetsbaarheid: hoe kun je bewijzen dat andere universa bestaan, als we ze nooit direct kunnen waarnemen? Veel wetenschappers vrezen dat het multiversum de grens van empirische wetenschap overschrijdt en meer filosofie dan natuurkunde is. Anderen wijzen erop dat indirect bewijs mogelijk is. Sporen van botsingen tussen universa zouden bijvoorbeeld subtiele patronen kunnen achterlaten in de kosmische achtergrondstraling. Tot nu toe is dergelijk bewijs echter niet overtuigend gevonden.
Verschillende typen multiversa:
Wetenschappers onderscheiden doorgaans verschillende categorieën van multiversa, onder meer samengevat door fysicus Max Tegmark:
- Niveau I: Kosmisch oneindig universum
Ons universum is zó groot dat er gebieden zijn die we nooit zullen kunnen waarnemen. In die “verre streken” kan de materie zich precies zo, of juist heel anders, hebben gerangschikt. - Niveau II: Inflationaire bubbels
Elk inflatiegebied vormt een universum met eigen natuurwetten. - Niveau III: Many Worlds Interpretation
Elk kwantumproces leidt tot parallelle werelden. - Niveau IV: Wiskundig multiversum
Volgens Tegmark bestaan alle wiskundig consistente structuren werkelijk, ook als ze totaal andere natuurwetten hebben dan de onze.
Wetenschappelijke grondleggers
Het moderne concept van het multiversum komt voort uit verschillende takken van de natuurkunde en kosmologie. Enkele sleutelfiguren:
- Hugh Everett III (1957)
Everett introduceerde de Many Worlds Interpretation (MWI) van de kwantummechanica. Volgens hem ‘splijt’ de werkelijkheid telkens wanneer er een kwantumkeuze wordt gemaakt. Elke mogelijke uitkomst wordt werkelijk, in een parallel universum. Zo bestaan er volgens deze theorie ontelbare versies van jou en mij, elk in een ander scenario. - Andrei Linde (jaren 1980)
De Russische kosmoloog Linde werkte aan de theorie van chaotische inflatie. Volgens deze hypothese is de kosmische inflatie — de extreem snelle expansie vlak na de oerknal, niet één keer gebeurd, maar in talloze “bubbels.” Elke bubbel vormt een apart universum, mogelijk met eigen natuurwetten. Dit staat bekend als het inflationaire multiversum. - Stephen Hawking en Leonard Susskind
In de context van snaartheorie en het zogenaamde landscape-probleem benadrukten deze fysici dat er misschien wel 10^500 mogelijke universa zijn, elk met verschillende fundamentele constanten. Het multiversum werd hier geen speculatie meer, maar bijna een noodzaak om de enorme variatie in theoretische modellen te verklaren.
Is er al een bewijs dat een multiversum bestaat?
Er bestaat op dit moment geen hard bewijs dat een multiversum bestaat. Maar er zijn wel enkele indirecte aanwijzingen en theoretische redenen waarom natuurkundigen het idee serieus nemen.
- Kosmische inflatie
Volgens de inflatietheorie zette het heelal vlak na de oerknal extreem snel uit. Sommige modellen voorspellen dat dit proces niet overal tegelijk stopte, maar dat er “bubbels” ontstonden. Elke bubbel zou een apart universum zijn. Probleem: we kunnen die andere bubbels niet waarnemen, omdat ze buiten onze kosmische horizon liggen. - Kosmische achtergrondstraling (CMB)
Er is gezocht naar sporen van botsingen tussen ons universum en andere “bubbel-universa” in de kosmische achtergrondstraling. Tot nu toe zijn er geen overtuigende signalen gevonden; de patronen die men soms dacht te zien, bleken toeval of meetfouten. 3. - Fijnafstemming van natuurconstanten
Ons universum lijkt “precies goed afgesteld” voor het bestaan van leven: de natuurconstanten (zoals de sterkte van de zwaartekracht) hebben waarden die het heelal stabiel en leefbaar maken. Het multiversum kan dit verklaren: in oneindig veel universa heerst een variëteit aan constanten, en wij leven toevallig in een universum waar de waarden juist gunstig zijn. Dit is echter een filosofisch argument, geen empirisch bewijs. - Kwantummechanica (Many Worlds Interpretation)
Hugh Everett stelde dat bij elk kwantumproces de werkelijkheid “vertakt” in parallelle werelden. Dit verklaart sommige problemen in de kwantumtheorie elegant, maar ook hier ontbreekt experimentele bevestiging.